Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•weinige dagen zal dat -waarschijnlijk gebeuren. Wat zal er in die vijf jaren van u -worden? Dat is het ergste.

Hij zweeg toen; ik weet niet welke gedachten deze stilte bij de anderen teweegbracht, maar voor mij was zij een van de vreeselijkste uit mijn leven.

— Gij kunt wel nagaan, dat ik hierover veel nagedacht heb en ik zal u mijn besluit mededeelen, waardoor gij dan niet, nadat ik u verlaten heb, alleen zult behoeven achter te blijven. Ik kreeg weer eenige hoop.

— Rémi zal aan mijn zuster Catherina Suriot schrijven; zij is een zeer verstandige vrouw en zal ons, wanneer zij hier is, stellig ten beste raden.

Het was voor de eerste maal, dat ik een brief schreef; het was een moeilijke en zware taak, die mij werd opgelegd. Hoewel, na alles wat Acquin ons had medegedeeld, voor ons niet veel overschoot, waarop wij konden rekenen, behielden we toch nog eenige hoop en in den toestand, waarin wij verkeerden, was deze hoop van veel waarde voor ons.

Wat hoopten wij?

Dat wisten we zelf niet; maar wij hoopten; Catherina zou bij ons komen en zij was een vrouw, die verstand van zaken had, dat was voor onwetende en eenvoudige kinderen, zooals wij waren, reeds voldoende.

Zij kwam echter niet zoo spoedig, als wij ons hadden voorgesteld en de deurwaarder en/le justitie verschenen eerder dan zij.

Vader Acquin wilde zich juist naar een zijner vrienden begeven, toen hij, Zijn huis verlatende, plotseling tegenover de agenten stond; ik vergezelde hem en in een oogwenk waren wij aUen om hem heen. Maar hij wilde niet vluchten. Ik zag hem verbleeken en met een zwakke stem vroeg hij den agenten verlof, zijn kinderen vaarwel te mogen zeggen.

— Gij moet er niet zoo wanhopig onder zijn, vriendlief; wanneer men voor schulden in de gevangenis gaat, is het nog zoo erg niet.

Wij keerden in huis terug, door de agenten gevolgd.

Ik ging de jongens uit den tuin roepen. Toen wij weer bij hun vader kwamen, hield deze Lize in zijn armen, die luid weende. Een van de agenten fluisterde hem toen iets in, wat ik niet verstaan kon.

— Ja, gij hebt gelijk; het moet, antwoordde Acquin.

Hij richtte zich eensklaps op, zette Lize op den grond, die zich echter aan hem vastklemde en zijn hand niet wilde loslaten.

Hij drukte toen Martha, Alexis en Benjamin een kus op het voorhoofd.

Ik had mij in een hoekje teruggetrokken om ongestoord mijn tranen te kunnen laten vloeien, hij riep mij:

— En gij Rémi! komt gij mij niet goedendag zeggen? Zijt gij ook geen kmd van mij? ,

Wij waren buiten ons zelf van smart. — Blijft, beval Acquin, ik beveel het u.

En haastig vertrok hij, nadat hij Lize's hand in die van Martha gelegd had.

Ik wilde hem volgen en begaf mij reeds naar de deur, toen Martha mij terughield. Waar zou ik zijn heengegaan en wat zou ik gedaan hebben?

Wij bleven allen geheel verbijsterd en terneergeslagen in de keuken staan; wij weenden allen en geen van ons kon een woord spreken.

Wat zouden wij ook gezegd hebben? Wij wisten allen, dat eenmaal de dag zou aanbreken, waarop hij gevangen zou genomen worden, maar wij hadden gedacht, dat Catherina er dan geweest zou zijn en Catherina, meenden wij, zou ons weten te verdedigen. Maar Catherina was er niet.

Zij verscheen echter ongeveer een uur, nadat vader Acquin in hechtenis was genomen en vond ons allen zwijgend bij elkaar in de keuken. Zij, die ons tot nogtoe altijd tot steun en raad was geweest, stond nu op haar beurt sprakeloos; Martha, die zoo krachtig was, alles altijd moedig had gedragen, was thans even zwak als wij; zij sprak ons geen moed in, en al haar wilskracht scheen verdwenen; ternauwernood was zij in staat zich een oogenblik te beheerschen cm Lize te troosten. De loods was in zee gevallen en de kinderen waren zonder stuurman, zonder baak om hun den weg te wijzen, zonder eehig hulpmiddel, dat hen veihg de haven kon binnenvoeren; zonder zelfs te weten of er een haven voor hen bestond, bleven zij als versteend, midden in den levensoceaan staan, aan de willekeur van den wind overgelaten, onbekwaam om iejs te doen of te denken, radeloos van schrik en met de wanhoop in het hart.

Tante Catherina was een flinke vrouw, die gewend was te handelen en haar Wil door te drijven; zij had te Parijs tien jaar lang als vkindermeid gediend; zij

Sluiten