Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vvas met de moeilijkheden des levens bekend geworden en, zooals zij zelve zei zij wist ermee om te springen. J '

Het was een groote uitkomst voor ons toen wij haar eenige bevelen'hoorden

den'en'LvniH16 m°eS-ten °PV°lgen; w« hadden V ^eer een wegwipg°evo„-. den en gevoelden ons in staat om op onze beenen te staan

Voor een boerin zonder opvoeding en zonder geld, zou'zulk een gebeurtenis een zeer groote verantwoordelijkheid hebben medegebracht, waardoor de moei digsten zelfs in verlegenheid zouden zijn geraakt; te zorgen voor eenige ZeeTen waarvan de oudste zestien jaar telde en de jongste stom was. Wat zou Smet die kinderen aanvangen? Hoe zich er mede te belasten, wanneer men zeL ve moeite heeft om aan den kost te komen? 61 a™ljwd Wj ee^- notaris geiend en dezen ging zij raadplegen, wat zii met onszou beginnen. Diens raadgevingen beslisten over ons lot Zij bègaf zich daaroj naar de gevangenis, waar zij een onderhoud met den tuinman had enachtda

f?l%LhaaT M ,?/arijs1' zonder ons 00it baar plannen\n herwegingen te hebben medegedeeld, maakte zij.ons haar besluit bekend 'wegingen JJaar wij te jong waren om alleen te werken, zou ieder k'ind in huis komen bij een oom of tante, die het wilde opnemen

0^e/°U "9 tanïe CathTerrina blijven in Br etagne., Alexis zou naar een oom gaan, die mijnwerker te Varses in de Cevennes wak Benjamin naar enT oeren oom, die tuinman was te Saint-Quentin

ze^te EsrnandbIeen.tanle' ^ gehÜWd Was te Drente, aan den oever van de. Ik luisterde naar al deze schikkingen, terwijl ik wachtte, totdat de beurt aan 1J k^aom™M,aar. daar tante Catherina zweeg, vroeg ik: - En ik»

- Gij? Wel gij behoort niet tot dit gezin.

- Ik zal voor u werken. - Gij behoort niet tot dit gezin

- Vraag het aan Alexis, aan Benjamin, of ik niet vlijtig werk

- Ja, en ook goed soep eet, niet waar?

- Ja ja, hij behoort wel tot ons gezin! riepen allen uit één'mond.

Lize trad naar haar tante en vouwde smeekend de handjes, hetgeen meer zeggen wilde dan een vloed van woorden. \ J ' ' geen meer

- Arme kleine, zei tante Catharina, ik begrijp u; gij zoudt willen dat hii met n medeging; maar, weet gij, in het leven doet men niet, wat men'gaarne wü 2tó mim mc^e 6?. al.s w« thuis tornen en mijn man zich er tegen verklad of bevreesd is, dat wij niet zullen uitkomen, dan kan ik altijd antwoorden- zi

ï-n ^t0L°n/\famili,e 6n W!f anders kan zich haar lo* aantrekkln dan wij? ™»r g ^i?°k m? de anderen- Men neemt zijn bloedverwanten op ï^de^ee^erï^ ^ W ^ ^ ^ ™ " ^den, maTr

w«J£!YOdde-We1, dat ik hi,ertegen niets kon inbrengen, niets kon antwoorden. Hetgeen ze zei, was maar al te waar: „ik behoord* niet tot de familküTk kon £ÏÏÏeni alS lk1^et%vroeg' dan bedelde ik. En toch zou ik nie meer van hen hebben kunnen houden, dan wanneer ik tot hun gezin behoord had Waren z,j niet mijn broeders? Waren Martha èn Lize geen zusters voor m^ Htold

flexie en BenjlminT ™ hen? En U^ ^ ™»el ™ »* als ™

Tante Catherina stelde het nooit lang uit om een eenmaal genomen besluit

W £n£tC br-Tn; Zij de,eldè ons mede> dat w« den anderen dag van elkaar zouden scheiden en zond ons daarop naar bed

Tlv°od~a w" m onze ka™er waren, kwamen zij allemaal naar mij toe en viel Lize m,j weenend om den hals. Ik begreep toen, dat ondanks he smarieliYke van deze scheiding, z,j meer aan mij dachten en mij beklaagden en Ik gevoe de lnderdaad een broeder van hen was. Plotseling schoot mij toen een ge-' dachte te binnen, of liever - want ik moet zoowel het goede als het kwade zeggen - een stem des harten drong tot mijn geest door

r- Luister, zei ik tot hen; ik zie wel, dat uw bloedverwanten niets van mii willen weten, maar gij neemt mij toch tot uw familie aan?

— Ja, zeiden zij allen drie; gij zult altijd een broeder van ons ziin

de oogenaanz'ag ^ 1 d™kte mij de hand' te™& z« mi3 m« tranen in

— Welnu, ik zal het zijn en zal het u bewijzen.

— Waar zult gij een betrekking zoeken? vroeg Benjamin.

Sluiten