Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tig Mogelijk; toch groeide in onzen tuin een prachtige bengaalsche stamroos, die in een verloren hoekje was blijven staan.

Lize begaf zich daarheen en sneed een tak van deze roos af; zij keerde zich daarop tot mij, verdeelde het takje, waaraan twee knoppen zaten, die bijna uitliepen en gaf er mij een van. O, hoe welsprekend waren haar stomme lippen en wat lag er niet in haar blik te lezenl Hoe koud en onverschillg zijn woorden, vergeleken bij dien blik!

— Lize! Lize! riep tante.

Alle pakjes waren reeds in het rijtuig gezet. Ik nam mijn harp en riep Capi, die, toen bij mijn instrument en mijn vroegere kleederdracht weer zag, die niets vreeselijks voor hem hadden, vroolijk om mij heen sprong, daar hij be-. greep, dat wij weer op reis zouden gaan en hij zijn vrijheid daarmee herkreeg, wat voor hem wel zoo verkieselijk was. Het oogenblik van scheiding was aangebroken Tante Catherina zorgde, dat het van korten duur zou wezen; zij liet Martha, Alexis en Benjamin instijgen en beval mij, Lize op haar schoot te zetten. Toen ik geheel terneergeslagen bleef staan, duwde zij mij een weinig weg en sloot het portier.

— Vooruit! zei ze. En het rijtuig reed weg.

Door mijn tranen heen zag ik Lize's gezichtje nog even uit het rijtuig steken en wuifde zij met de hand. Een oogenblik later sloeg het rijtuig een boek om en zag ik niets dan een grijze stofwolk.

Alles was voorbij. Op mijn harp geleund, met Capi aan mijn voeten, bleef ik gedachteloos voor mij .uitstaren en het stof gadeslaan, dat op straat neerviel.

Een buurman zou ons huis sluiten en des leutels voor den eigenaar bevvaren;. hij stoorde mij in mijn overpeinzing en bracht mij in de werkelijkheid terug.,

— Blijft gij hier? vroeg hij. — Neen, ik vertrek.

— Waar gaat gij heen? — Recht toe, recht aan.

. Waarschijnlijk gevoelde hij medelijden met mij, want hij reikte mij de hand.

— Als gij hier wilt blijven, kunt gij bij mij komen, maar zonder iets te verdienen; want gij zijt niet sterk genoeg; later misschien weL

Ik bedankte hem. — Zoo gij wilt, het was voor uw bestwil, goede reis!

En hij verwijderde ach. Het rijtuig was vertrokken; het huis gesloten

Ik hing mijn harp over den schouder; dit had ik vroeger zoo menigmaal gedaan; het trok thans Capi's aandacht; bij richtte zich op en keek mij met zijn glinsterende oogen aan. — Kom Capi!

Hij begreep dit en sprong blaffend tegen mij op.

Ik wendde mijn oogen van het huis af, waarin ik twee jaar lang gelukkig had mogen zijn en waarin ik wel altijd had willen blijven

De zag recht voor mij uit. De zon stond hoog aan den hemel; het was een heldere lucht en zeer warm; het had niets van dien kouden nacht, waarin ik uitgeput van vermoeienis voor deze deur nederviel.

Die twee jaren waren slechts een oponthoud geweest en thans was ik weer genoodzaakt mijn weg te hervatten Maar dit oponthoud had weldadig op nnj gewerkt. Het had mij krachtiger gemaakt. En hetgeen nog dubbel zooveel voor mij waard was, ik gevoelde, dat ik vrienden had gekregen. Ik was niet meer alleen op de wereld. Ik had voortaan een doel in mijn leven; hun die van mij hielden en van wie ik hield, nuttig te ,zijn en genoegen te geven. Een nieuw laven opende zich voor mij. Voorwaarts!

VOORWAARTS. XXII.

Voorwaarts! De wijde wereld lag daar voor mij open, het deed er niet toe, naar welken kant ik mijn schreden richtte, het kwam er niet op aan, of ik naar het noorden of het zuiden, het oosten of het westen ging; ik was . geheel vrij.

Hoewel nog maar een knaap, was ik geheel mijn eigen meester.

Helaas! juist dit was het meest treurige van mijn toestand. Er zijn kinderen, die dikwijls bij zichzelf zeggen: „O, kon ik maar doen, wat ik gaarne wilde!" en die met verlangen den dag tegemoet zien, waarop zij van hun vrijheid kunnen gebruik maken om dwaasheden te begaan. Ik dacht bij mezelf: „Och

had ik toch maar iemand, die mij kon raden en leiden"

Tusschen die kinderen en mij was er dus een treurig onderscheid.

Sluiten