Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer zij een dwaasheid begaan, dan hebben zij altijd iemand in hun nabijheid, die hun de hand reikt, wanneer zij struikelen, of om hen op te beuren, als zij gevallen zijn, terwijl ik niemand had. Als ik struikelde zou ik moeten vallen en beproeven alleen op te staan, zoo ik althans nog in i staat was om op te staan. Ik had genoeg, ondervinding om te begrijpen, dat dit mijn toestand wezen kon — wat mij, ik moet het bekennen, wel eenigen angst aanjoeg.

Hoewel nog zeer jong, was ik reeds vaak door het ongeluk getroffen en ik was er dus op bedacht voorzichtiger te zijn dan andere kinderen van mijn leeftijd; maar dat voordeel had ik duur moeten koopen.

Vóór ik den weg, die voor mij openlag, betrad, wilde ik eerst hem, die dfe laatste jaren een vader voor mij geweest was, bezoeken. Daar tante Catherina mij met met de kinderen had medegenomen om hem vaarwel te zeggen, moest ik wel alleen afscheid van hem gaan nemen.

Zonder ooit, zelfs voor schuld, in hechtenis te zijn genomen, had ik er toch genoeg over hooren spreken om zeker te zijn, dat ik hem in de gevangenis zou vinden. Ik volgde den weg naar de Madeleine, dien ik zeer goed kende. Daar tante Catherina en de kinderen bij hem waren toegelaten, zou men ook mij niet weigeren. Ik was immers ook zijn kind, of liever ik was zijn kind geweest, want hij had mij liefgehadl

Ik durfde, met Capi op mijn hielen, mij niet in alle straten van Parijs wagen. Wat zou ik den agenten van politie hebben moeten antwoorden, als zij mij aanhielden? Voor hen was ik het meest bevreesd geworden, want ik had niet vergeten, wat er te Toulouse gebeurd was. Ik bond Capi dus een touw om den hals, wat hem zeer in zijn eigenliefde scheen te kwetsen, en daarop begaven wij ons naar de gevangenis van Clichy.

Er zijn in de wereld dikwijls zeer treurige dingen, die, als wij ze zien, ons in somber gepeins doen vervallen; ik ken er geen droever en onaangenamer dan de deur van een gevangenis; die maakt ons koud om het harte, meer nog dan de ingang van een grafkelder; de dooden, waarop een steen rust, gevoelen die niet; de gevangenen zijn levend begraven.

Ik bleef een oogenblik stilstaan vóór ik de gevangenis van Clichy durfde binnentreden; zoo bekroop mij de angst, dat men er mij zou houden, en dat de deur, die zware deur, zich nooit weer voor mij zou openen

Ik verbeeldde mij, dat het zeer moeilijk was om een gevangenis te verlaten, maar ik wist niet, dat er ook heelwat zwarigheden te overwinnen waren, eer men ze kon binnentreden. Ik ondervond dit thans.

Eindelijk echter gelukte het mij, daar ik mij niet liet afschrikken cf terugzenden, om te worden toegelaten bij hem, dien ik zien wilde. Men liet mij in een spreekkamer, waar geen tralies voor de vensters waren, zooals ik dacht, dat er zijn zouden, en vader Acquin trad ongeboeid binnen.

— Ik verwachtte u, mijn beste Rémi, zei hij, en ik heb Catherina beknord, dat zij u niet met de kinderen medegebracht had.

Dien geheelen morgen was ik zeer neerslachtig geweest; zijn woorden beurden mij eenigszins op.

— Tante Catherina wilde mij niet medenemen.

— Dat was ook onmogelijk, beste jongen; men doet in deze wereld niet alles, wat men wil. Ik ben ervan overtuigd, dat gij hard zoudt gewerkt hebben om uw kost te verdienen, maar mijn zwager Suriot zou u geen werk hebben kunnen verschaffen. Hij is sluiswachter aan het kanaal van Nivernais en de sluiswachters, dat weet ge, kunnen geen tuinlieden gebruiken. De kinderen hebben mij verteld, dat gij weder wilt gaan zingen. Gij zijt dus vergeten, dat gij bijna van koude en honger zijt omgekomen.

— Neen, dat bij ik niet vergeten.

Toen waart gij niet alleen, toen hadt gij iemand, die u leiden kon; op uw leeftijd, mijn jongen, is het een gewaagde stap om geheel alleen zulke verre tochten af te leggen. — Ik heb Capi nog.

Wanneer Capi zijn naam hoorde noemen, begon hij altijd te blaffen, alsof hij daarmede zeggen wilde: „Ik ben er nog, als gij mij noodig hebt, hier sta ik."

— Ja, Capi is een goede hond, maar hij is slechts een hond. Hoe zult gij uw kost verdienen? — Met zingen en door Capi comedie te laten spelen.

— Capi kan toch alleen geen comedie spelen.

— Ik zal hem kunstjes leeren, nietwaar Capi, gij wilt immers alles leeren, wat ik wil? Hij legde zijn poot op de borst.

Sluiten