Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Geloof rmj, mijn jongen, als gij verstandig doet, moet ge een dienst zoetten; gij zijt een goed werkman en daarmede kunt gij verder komen dan met langs den weg te loopen; dat is toch eigenlijk maar goed voor luiaards

— Ik ben met lui, dat weet ge wel en ik heb me ook nooit beklaagd, dat ik te veel werk had. Bij u zou ik zooveel gewerkt hebben, als ik kon, en ik zou altijd hij u gebleven zijn, maar ik wil niet bij een ander in dienst gaan.

Ik zei deze woorden zeker op zonderlingen toon, want vader Acquin zag mii aan zonder te antwoorden.

— Gij hebt ons dikwijls verteld, begon hij eindelijk, dat gij niet wist, wie Vitahs was, en dat gij bij u zelf dikwijls verwonderd waart over de wijze, waarop hij de menschen aanzag, en over zijn voorname manieren, waarmede hii ze behandelde; maar weet gij wel, dat ook gij die manieren hebt en men u naar uw voorkomen te oordeelen, ook niet voor een armen drommel zou houden? Gij wilt niet bij anderen gaan dienen. Nu misschien hebt gij gelijk en wat ik u daareven zei was voor uw bestwil, voor niets anders, geloof dat maar Ik meende, dat het mijn plicht was, om zoo tot u te spreken. Maar gij zfit 'uw eigen meester, daar gij geen ouders hebt en ik voortaan uw vader niet meer zijn kan. Een arme ongelukkige, zooals ik ben, heeft geen recht van spreken

Zijn woorden hadden mij diep getroffen, vooral daar ik dit ongeveer lot mezelf ook reeds gezegd had. Ja, het was gewaagd om geheel alleen langs de groote wegen te loopen; ik gevoelde dat, ik zag het zelf ook in, en wanneer men, zooals ik, reeds een zwervend leven geleid had, als men nachten had moeten doorbrengen als die, toen onze honden door de wolven verslonden werden, of "die als in de steengroeven van Gentilly; wanneer men het eene dorp na het andere wordt uitgejaagd, zonder een stuiver te verdienen, zooals mii overkomen was, toen Vitalis in de gevangenis zat. dan wist men ook aan welke gevaren men zich blootstelde, en welk een ellende zulk een zwervend leven medebrengt en men nooit zek