Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

durend door de rots sijpelde en midden op den weg zich tot een beek vormde

en tot aan de groeven stroomde, waar de machines het opzogen om het buiten de mijn te brengen.

"Waar deze garfgen door harde rotsen loopen, zijn het slechts onderaardsche gewelven, maar als zij in een broze en deels afgebrokkelde steenlaag zich bevinden, worden zij van boven beschoten met een houten dak, dat door dennehouten palen wordt beschut, omdat door het uitzagen, het spoedig tot verrotting overgaat. Hoewel de boomstammen zoo gesteld waren, dat zij aan drukking van.het gewelf weerstand konden bieden, is deze soms zoo sterk, dat de palen ombuigen de gangen smaller worden, of zoo laag, dat men er slechts op handen en voeten door kan kruipen. Op dit hout ontwikkelden zich paddestoelen en witte, wolachtige vlokjes, waarvan de witheid zonderling afstak bij den zwarten grond; de gisting der boomen deed een sterken geur ontstaan, en op de champignons, op de onbekende planten, op het witte mos, zag men vliegen, spinnekoppen en vlinders, die niet op de soorten geleken, welke men bóven den grond ziet. Ook ratten kropen door deze holen en vleermuizen hangen aan de palen met de koppen naar beneden.

Deze gangen kruisten elkander op verschillende punten, evenals in Parijs de pleinen en straten; er waren mooie en groote, zooals de boulevards, nauwe en lage, zooals de onaanzienlijke straten in de achterbuurten; deze onderaardsche stad was echter veel slechter verlicht dan de straten zelfs bij nacht, want hier waren geen lantarens of gaspitten, maar slechts de lampjes, welke de mijnwerkers bij zich dragen. Al was het zeer donker, toch hoorde men aan het leven, dat er heerschte, dat men niet onder de dooden toefde; in de werkplaatsen vernam men de ontploffingen van het kruit, waarvan de lucht en de rook tot den arbeider doordrongen; in de gangen hoorde men het rollen van de wagens; in de schachten het wrijven tegen de touwen van de korven, waarmede menschen en kolen opgehaald en neergelaten werden; en daar bovenuit het dreunen der stoommachine, die op de tweede verdieping was gesteld.

Vooral echter was men van een zonderling schouwspel getuige in de gangen, die den loop der helling volgden. Daar zag men de halfnaakte mijnwerkers, op hun zijde liggende of op hun knieën de kolen uithouwen, die naar de benedengangen afrolden en vandaar naar de schacht, waaruit zij werden opgeheschen. Zoo zag de mijn er uit op de dagen, dat er gewerkt werd, maar er waren ook dagen, dat er buitengewone, helaas! altijd treurige gebeurtenissen plaats grepen. Veertien dagen na zijn komst te Varses was Alexis van een dier rampen getuige geweest, en bijna was hij zelf het slachtoffer geworden. Er had een ontploffing van mijngas plaats gehad. Het mijngas ontwikkelt zich vanzelf in de mijnen en ontploft zoodra het met een vlam in aanraking komt. Niets is vreeselijker dan zulk een ontploffing, waardoor alles verbrand en vernield wordt, wat het gas op zijn weg ontmoet. Het is niet beter te vergelijken dan met - de ontploffing van een kruitmagazijn. Zoodra de vlam van een lamp of van een lucifer in aanraking komt met het mijngas ontploft dit eensklaps in alle gangen en verwoest alles in de mijn, zelfs in de schacht tot toegang en luchtverversching dienende, waarvan zij vaak de houten loods, die er boven gebouwd is. uiteenslaat. De hitte is somtijds ^oo groot, dat de steenkolen in de miin in cokes worden veranderd.

Zulk een mijn ontploffing had zes weken geleden aan een tiental arbeiders het leven gekost, en de weduwe van een dier werklieden was tengevolge daarvan krankzinnig geworden; ik begreep, dat dit de vrouw met haar kind was, welke ik bij mijn aankomst had ontmoet en die een lommerrijken weg zocht.

Tegen de ontploffingen werden alle voorzorgsmaatregelen genomen. Het was verboden te rooken en dikwijls waren de ingenieurs, wanneer zij de ronde deden, verplicht den adem der mijnwerkers te ruiken, om te ontdekken of zij ook het verbod overtreden hadden. Om die noodlottige ontploffingen te voorkomen, maakt men gebruik van de Davy-lampen; waarvan de vlam met dicht ijzergaas is omgeven, zoodat zij niet in aanraking kan komen met het -gas; in dien ontplofbaren dampkring ontbrandt het gas wel in de lamp, maar de vlam deelt zich niet aan de lucht daarbuiten mede.

Alles wat Alexis mij vertelde, wekte in hooge mate mijn nieuwsgierigheid op, die toch reeds bij mijn komst te Varses vrij groot was en versterkte mijn lust om in de mijnen te gaan; maar toen ik den anderen morgen oom Gaspard

Sluiten