Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Waarmede zullen we ze uithouwen? — Wij hebben geen houweelen.

— Met onze lampehaken in het zachte gedeelte, met onze messen in het harde.

— Daarin zullen we nooit slagen.

— Zeg dat toch niet. Pagés; in onzen toestand kan men alles, als het op zelfbehoud aankomt; als op dit oogenbhk één van ons door den slaap overvallen wordt, dan is hij verloren.

Door zijn koelbloedigheid en vastberadenheid had de schoolmeester weder zijn heerschappij over ons verkregen, die hoe langer hoe machtiger werd; wij beseften allen, dat zijn zedelijke moed grooter was dan de onze en allen verwachtten hulp van deze kracht

Wij begonnen te werken, want blijkbaar was het uithouwen dier treden hef eerste wat wij doen moesten; wij moesten trachten ons zoo goed mogelijk in te richten, tenminste zoo, dat wij niet konden uitglijden in de diepte, die zich onder onze voeten uitstrekte. Vier lampen waren aangestoken en deze verspreidden voldoende licht om ons bij het werk te leiden t

— Laten we een plaats uitzoeken, die het best geschikt is voor het uithouwen, hernam de meester.

— Luistert, sprak oom Gaspard, ik heb u een voorstel te doen; als iemand van ons goed zijn verstand heeft, dan- is het de schoolmeester; toen wij half waanzinnig van angst waren, bebield hij zijn kalmte; hij is een man, en hij heeft bovendien een goed hart. Hij is evenals wij trouw geweest en hij weet van heel veel dingen meer dan wij. Laat hij ons thans leiden en het werk verdeelen.

— De schoolmeester! viel een der anderen in, waarom ik niet? Ik ben even goed opperman als hij.

— Hij is geen opperman; hij is een man en nog wel de dapperste van ons allen. — Gisteren zeidet gij dat ook niet.

— Gisteren was ik even dom als gij; ik dreef, even als gij, den spot met hem en wilde zijn meerderheid niet erkennen. Vandaag verzoek ik hem over ons te bevelen. Kom meester, zeg maar, wat ik doen moet! Ik heb sterke armen, dat weet gij. En wat zegt gij? — Kom, meester, wij gehoorzamen u.

En wij zuUen u gehoorzamen.

— Luistert, sprak hij; daar gij wilt, dat ik mij aan het hoofd zal stellen, stem ik daarin toe, maar op die voorwaarde, dat gij alles doet, wat ik u zeg. Wij kunnen hier lang blijven, verscheidene dagen; ik weet niet wat er gebeuren zal; wij zijn hier schipbreukelingen "op een wrak in den hachelijksten toestand, want op een wrak heeft men lucht en Hcht, men ademt en kan naar redding uitzien; wat er ook gebeuren moge, als ik uw leidsman ben, moet gij mij gehoorzamen

— Men zal u gehoorzamen! riepen allen.

— Als gij gelooft, dat alles wat ik verzoek biUijk is, ja, dan zult gij gehoorzamen; maar wanneer gij het niet gelooft? — Wij zullen het gelooven.

— Men weet, dat gij Qen verstandig man zijt, meester.— En een moedig man.

— En een man van ondervinding.

— Gij moet ons het spotten vergeven, meester.

Ik bezat toen nog niet de ondervinding, die ik op later leeftijd verkreeg, en ik was verbaasd, hoe zij, die eenige uren geleden nog duchtig den spot met hem dreven thans al zijn goede hoedanigheden erkenden Ik wist toen niet, hoezeer de omstandigheden de meeningen en gevoelens van sommige menschen kunnen doen veranderen.

— Gij zweert het mij dus? sprak de schoolmeester.

— Wij zweren, antwoordden allen tegelijk.

Wij begonnen toen te werken; wij hadden allen een mes in onzen zak, goede, stevige messen, die veel konden verdragen

— Drie moeten de zijgang onder handen nemen: de drie sterksten; en de zwaksten, waaronder Rémi en ik behooren, zullen de uitgehouwen stee.neö wegwerpen. — Neen, gij moet niet werken, zei een krachtige kerel, gij zijt niet sterk genoeg; de ingenieurs bevelen, maar werken zelf niet

En ieder stemde hierin toe; men gevoelde van hoeveel nut hij ons was in het gevaar, zoodat men wel alles had willen aanwenden om hem voor verdere ongelukken of rampen te bewaren; hij was onze loods.

Het werk, dat wij moesten verrichten, was zeer eenvoudig geweest, zoo we onze gereedschappen gehad hadden, maar met messen duurde bet langer en

Sluiten