Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over net terrein, waaronder de mijn gelegen is. De overstrooming was plot¬

seling geweest, maar de werkliedeni. die buiten arbeidden en op dat oogenblik bezig waren met het wasschen van het erts en genoodzaakt om een schuilplaats -op te zoeken, hadden geen gevaar geloopen. Het was de eerste maal niet, dat de Truyère een overstrooming ontstaan deed, en daar de openingen der drie schachten zoo hoog boven den grond waren, dat het water er zich niet kon instorten, had men geen andere maatregelen genomen, dan het hout weg te halen, hetwelk gereed lag om tot wanden in de mijningangen gebruikt te worden.

Het was met dezen a/rbeid, dat de ingenieur der mijnen bezig was, toen hij eensklaps ontdekte, dat het water een draaikolk vormde, en zich in een spleet stortte, die het zelf had uitgehold. Die spleet mondde uit in een opening van de mijn. Men behoeft niet diep na te denken om te begrijpen, wat er plaats gegrepen had; het water stortte zich in de mijn door de gangen. Daar buiten daalde het peil, maar de mijn werd overstroomd en zou weldra geheel met water gevuld zijn, zoodat de arbeiders moesten verdrinken.

De ingenieur snelde naar de schacht Saint-Julien en gaf bevel, dat men hem in'de ton zou neerlaten; maar toen hij zijn voet daarin zette, gaf hij een teeken,

ast men wacnten zou. uaaronaer noorae men een ontzaglijk gedruisch.

— Ga er niet in, riepen de arbeiders en wilden hem terughouden; maar/hij rukte zich los en zijn horloge uit den zak nemende gaf hij dit met de woorden:

— Dit is voor mijn dochter, als ik niet terugkom.

Daarop wendde hij zich tot de mannen, die de windas hanteerden en gaf toen bevel, hem te laten zakken. De ton daalde; toen hief hij het hoofd op en riep den arbeider toe, wien hij zijn horloge gegeven had.

— Zeg haar, dat haar vader haar in gedachten omhelst.

De ton is beneden De ingenieur roept; viif mijnwerkers komen tot hem: hii

; laat hen plaats nemen in de ton. Terwijl zij opgeheschen worden, roept hij op¬

nieuw, maar tevergeeis; zijn stem worat niet genoora aoor net gearuiscn van het water en het instorten der gangen van den grond.

Intusschen dringt het water door in de gaanderij en op dat oogenblik ontwaart de ingenieur eenige lampen.

Hij begeeft zich in die richting, tot over de knieën door het water wadende

en brengt nog drie man bij den ton, die rniddelerwijl weer is neergelaten. Hij i doet hen daarin plaats nemen en wil zich naar de andere lampen begeven, I die hij gezien heeft. Maar de mannen, die hij heeft gered, houden hem met ge| weid tegen en,trekken hem in den ton, terwijl zij het signaal tot ophijschen ge1 ven. Het was tijd; het water had alles overstroomd. Dit redmiddel was dus I verder onmogelijk. Men moest een ander zoeken, maar welk? Hij stond bijna 1 geheel alleen; honderd-vijftig arbeiders waren in de mijn neergedaald, want | honderd-vijftig lampen waren dien morgen uitgereikt. Slechts dertig lampen

(waren teruggeuracnt, aizoo moesten er nonaera-twintig man in ae mzjn wezen. "Waren zij omgekomen? Leefden zij nog? Hadden zij een schuilplaats weten te vinden? Die vragen rezen ^bij hem op en vervulden hem met vrees en angst. Op het oogenblik, dat de ingenieur zich overtuigde, dat er honderd-twintig 'man in de miin ongesloten waren, hadden er buiten verschillende ontnlnffin-

| gen plaats; reusachtige steenblokken werden in de hoogte geworpen; de huizen f sidderden, alsof zij door een aardbeving heen en weer geschud werden. Dit 'verschijnsel verklaarde de ingenieur aldus: het gas en de lucht, die door het iwater teruggedrongen werden, hadden zich in de zijgangen, die geen uitganI gen hebben, saamgehoopt en daar, waar de aardlaag te zwak was boven de J spleten, hadden zij de aardkorst doen barsten als de wanden van een ketel. De ■Min was vol: de ramn was geschied. In dien tusschentiid was het ffehp.urde. in

Varses bekend geworden; van alle kanten daagde de menigte op: werklieden, inieuwsgierigen, vrouwen en kinderen der bedolven arbeiders kwamen foe-

I snellen. Dezen vroegen, anderen zochten. En daar men hun niets kon antwoor¬

den, verkeerde hun smart in toorn. Men hield de waarheid geheim. Dat was de schuld van den ingenieur! En men maakte zich gereed om de bureau's binnen te dringen, waar de ingenieur over zijn plan gebogen zat, niets van de eischers hoorde, de plaatsen berekenende, waar de arbeiders een schuilplaats hadden gezocht en waar de redding het eerst moest begonnen worden.

Gelukkig waren de ingenieurs5? van de naburige mijnen met hun werklieden toegesneld. Men kon de menigte tegenhouden, tot haar spreken. Maar wat kon

Sluiten