Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men tot haar zeggen? Honderd-twintig man ontbreken nog. Waar zijn zij?

— Mijn vader. — Waar is mijn man?

— Geef mijn zoon terug! De stemmen hebben geen klank, de vragen worden door snikken afgebroken Wat dien kinderen, vrouwen en moeders te ant-

' woorden? Eén woord slechts: de ingenieurs zijn met elkander in overleg. — Wij zullen zoeken, wij zullen het onmogelijke beproeven. Vooruit!

De middelen welke tot redding moesten aangewend worden, waren die, welke de meester ook voorzien had. De tonnen, die het water moesten uitpompen, waren reeds in de drie putten gebracht, en zij zouden dag noch nacht met werken eindigen, totdat het oogenblik gekomen was, waarop de laatste droppel in de Divonne geloosd zou zijn

Gelijktijdig zou men met het uithouwen der gangen een aanvang maken. Waarom boorde men in die en niet in eene andere richting? Dat wist men zelf niet. Voor een gedeelte moest men 't aan het toeval overlaten; maar men werkte. De ingenieurs konden het niet eens worden, welk nut het had om de gangen, zonder eenige zekerheid in welken toestand de nog levende mijnwerkers verkeerden, te onderzoeken; maar de mijningenieur hoopte, dat de arbeiders in de oude werken een schuilplaats zouden gevonden hebben, waar de overstrooming hen niet had kunnen bereiken, en hij wilde, dat men beginnen zou met die plaats te doorboren, al zou men niemand redden.

De opening, welke voor deze doorboring noodig was, zou men zoo klein mogelijk maken, om alles in den kortst mogelijken tijd te laten geschieden.

Zonder zich dag of nacht een oogenblik rust te gunnen, zou men met dezen arbeid voortgaan; aanhoudend zou men pompen eh boren tegelijk.

Al duurde het iang voor hen, die buiten de mijn tot onze bevrijding werkten, hoeveel langzamer moest de tijd omgaan voor ons, die machteloos en gevangen waren, die verplicht waren te wachten, zonder eenige zekerheid, of men nog bijtijds zou komen om ons te redden.

Het pompen deed ons niet lang in dienzelfden opgewonden toestand blijven, waarin het ons eerst gebracht had. Door nadenken geraakten wij in een andere stemming. Wij waren niet vergeten; men had alles tot onze redding in het werk gesteld; onze hoop zou dus niet ij del zijn; maar zou het uitpompen spoedig genoeg voortgaan? Dit maakte ons angstig.

Bij het lijden van den geest voegden zich thans de kwellingen van het lichaam. De houding, waarin wij verplicht waren op den uitgehouwen bodem te blijven staan, werd hoe langer hoe afmattender; wij konden ons niet bewegen om onzen strammen leden weer lenigheid te geven en onze hoofdpijn werd erger en hinderlijker. Carrory was het minst aangedaan.

De schoolmeester gaf ons brood. — Het is niet genoeg, zei Carrory.

— Het stukje brood moet langer duren

De anderen zouden gaarne deelgenomen hebben aan onzen maaltijd, maar zij hadden gezworen te gehoorzamen en zij hielden hun eed.

— Al is ons het eten verboden, drinken mogen wij, zooveel wij lusten.

— Zooveel ge wilt; wij hebben water in overvloed. Drink de gang maar leeg. Pagés wilde naar beneden gaan, maar de meester veroorloofde dit niet.

— Gij zult den wand doen instorten; Rémi is lichter en vlugger, hij zal naar beneden gaan en ons het water aanreiken.

— Waarin? — In mijn schoen

Men gaf mij een schoen en ik maakte mij gereed om naar beneden te glijden. Wacht even, sprak de meester, laat ik u een hand geven.

— Wees maar niet bang; als ik val dan is het nog niets, want ik kan zwemmen.

— Ik wil u een hand geven

Op het oogenblik, dat de meester zich vooroverboog, gleed hij vooruit en, hetzij hij zijn beweging slecht had berekend, of wel zijn lichaam stijf was geworden door den langen tijd van rust, of het hout hem niet meer kon torsen, hij gleed langs de helling van den zijgang en verdween voorover in den duisteren afgrond. De lamp, die hij vasthield, om mij bij te lichten, viel eveneens. Er heerschte thans volslagen duisternis en uit aller borst ontsnapte een angstkreet.

Gelukkig was ik op het punt om neer te dalen en ik het mij langs mijn rug afglijden, zoodat ik een seconde na den meester mij in het water bevond.'~

Gedurende mijn reizen met Vitalis had ik genoeg zwemmen geleerd, om mij even goed op mijn gepiak te gevoelen in het water als op den vasten grond;

Sluiten