Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Waarom waren die directeuren en ingenieurs zoo trotsch? Dit 'zal hun tot een les zijn. Als de ingenieur eens naar beneden gegaan was.... dat zou dwaas zijn, nietwaar, zulk een heer!

— Als de ingenieur naar beneden gegaan was, dan zoudt gij hier blijven en wij ook.

— O gij, gij weet, dat gij u om niets behoeft te bekommeren, maar ik heb wel iets anders te doen; mijn kastanjes, wie zal ze drogen? Ik verzoek dus den ingenieur om weer naar boven te gaan; het is om te lachen. Goedendag, mijnheer de ingenieur!

Behalve de meester, die zijn gevoel wist te verbergen en Carrory, die niet veel gevoerhad, spraken wij niet meer over onze bevrijding, maar slechts de woorden dood en honger kwamen over onze lippen.

— Gij hebt mooi praten, meester, de tonnen kunnen nooit genoeg water ophalen, co. f

— Ik heb het u al wel twintigmaal voorgerekend; een weinig geduld nog.

— Dat rekenen zal ér ons niet uitredden.

Deze opmerking werd door Pagés geuit. — Wie dan?

TI.7~ ^e 8*oede God- Deze heeft gedoogd, dat wij hier onze toevlucht zochten. Hij zal ook redding geven.

— Zoo God ons hier gebracht heeft, dan is het zeker geschied, omdat er onder ons zijn, die Hij straffen wilde.

Deze opmerking ging gepaard met een zijdelingschen blik op Bergounhoux.

In plaats van heftig daartegen op te komen, bevestigde deze de woorden van zijn aanklager. — Ik ben overtuigd, begon hij, dat God mij straffen wil, omdat ik m den laatsten tijd geen goed christen ben geweest; ik smeek Hem thans, uit het diepst mijner ziel vergiffenis.

Hij viel op zijn knieën en sloeg zich verscheidene malen op de borst.

— Ik voor mij durf ook niet beweren, dat ik geheel zonder zonde ben en lk Wil ook gaarne de mijne belijden; maar Onze Lieve Heer weet, dat ik ze niet uit moedwil bedreven heb; ik heb nooit iemand opzettelijk iets misdaan sprak Pagés. , i

Ik weet niet, of die donkere gevangenis eenigen invloed op mij oefende oï dat het de vrees voor den dood was, of wel, dat wij door den honger verzwakt waren, of het geheimzinnige schijnsel van de lamp, die nauwelijks eenig licht over ons wierp, maar ook ik gevoelde mij diep ontroerd, terwijl ik naar de belijdenis der zonden van de anderen luisterde, en ook ik stond op het punt om, evenals Pagés en Bergounhoux, mij op de knieën te werpen en mijn feilen te biechten. Plotseling hoorde ik achter mij luid snikken en toen ik mij omwendde, zag ik den grooten Compayrou op den grond liggen.

— De schuldige, riep hij, is noch Pagés noch Bergounhoux, ik ben het De goede God straft mij, maar ik heb berouw, oprecht berouw. Ik zal u de zuivere waarheid vertellen, als wij gered worden, dan zweer ik, dat ik mijn misdaad zal herstellen. Een jaar geleden werd Rouquette tot vijf jaren tuchthuisstraf ,veroordeeld, omdat hij een horloge bij vrouw Vidal gestolen had. Hij is onschuldig. Ik heb die misdaad gepleegd. Het horloge ligt onder mijn bed, als men de derde plank hnks opbeurt, zal men het vinden.

— Gooi hem in het water! Gooi hem in het water! riepen Pagés en Bergounhoux als uit één mond. Ongetwijfeld zouden zij den misdadiger in den afgrond geworpen hebben, maar vóór dat zij biertoe nog konden overgaan, was de meester reeds tusschen beiden getreden.

— Wilt gij dan, dat hij voor God verschijnen zal met die misdaad op zijn geweten, riep hij; laat hem eerst tot zichzelf inkeeren.

I — Ik heb berouw, oprecht berouw, herhaalde Compayrou op zulk een zwakken toon, alsof hij een kind was, inplaats van een forschen kerel.

— Gooi hem in het water, herhaalde men. — Neen, riep de meester.

Hij begon hen toen op kalmen toon toe te spreken, en bracht hun onder het oog, dat wij rechtvaardig en verstandig handelen moesten. Maar zij wilden niets daarvan hooren, en dreigden hem in de diepten te zullen werpen.

— Geef mij uw hand, zei de meester, terwijl hij Compayrou naderde.

— Verdedig hem niet, meester. — Ik zal hem verdedigen; als gij hem in het water wilt werpen, dan moet gij mij er ook inwerpen.

— Welnu, neen dan! zeiden zij eindelijk; wij zullen hem niet in het water gooien, maar op één voorwaarde; gij moet hem in gindschen hoek laten hg-

Sluiten