Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door wij dan ook een weinig meer plaats kregen; oom Gaspard rustte in een hoek, de meester in een anderen en ik lag in het midden.

Op een gegeven oogenblik, terwijl ik half was ingedommeld, hoorde ik tot mijn verbazing den meester op zachten toon, alsof hij hardop droomde, eenige woorden stamelen. Ik ontwaakte en luisterde.

— Daar zijn wolken, zei hij, hoe mooi zijn die wolken toch. Er zijn menschen, die er niet van houden; ik vind ze wel schoon. O, wij krijgen Wind, des te beter, ik houd ook -van wind.

Droomde hij? Ik trok hem bij den arm, maar hij vervolgde.

— Wilt ge mij een eierstruif geven van zes en niet van acht eieren; snijdt hem maar in twaalven; dan zal ik hem opeten, als ik thuis kom,

— Hoort gij hem, oom Gaspard? — Ja, hij droomt.

— Weineen, hij is wakker. — Hij praat onzin.

— Ik verzeker u, dat hij wakker is. — Hola, meester!

— Wilt gij mede eten, Gaspard? Kom dan, maar ik zeg u, dat wij wind krijgen. — Hij weet niet, wat hij zegt, hernam oom Gaspard; het is de honger en de koorts.

— Neen, hij is dood, zei Bergounhoux, zijn ziel spreekt; gij ziet wel, dat hij elders vertoeft. Waar is de wind, meester, is hij noordwest?

— Er is geen noordwestenwind in de hel, riep Pagès, en de meester is in de hel; gij wildet mij niet/gelooven, toen ik zei, dat wij daarheen gaan.

Wat bezielde hen? Hadden zij allen hun verstand verloren? Werden zij krankzinnig? Maar dan zouden zij twist krijgen en gaan vechten en elkaar misschien doodslaan.

— Wat zou ik doen? — Wilt gij drinken, meester?

— Neen dank u, ik zal wel drinken, als ik mijn eierstruif eet.

Geruimen tijd spraken zij met hun drieën, zonder elkander te antwoorden, en te midden van hun onsamenhangende woorden, hoorden wij altijd „eten, uitgaan, hemel, wind."

Op eens kwam ik op de gedachte om een lamp aan te steken. Zij stond naast den meester, met de lucifers erbij, en ik stak ze aan.

Zoodra er licht was zwegen allen.

Na een oogenblik stilte vroegen zij elkaar af, wat er eigenlijk gebeurde, alsof zij uit een droom ontwaakten.

— Gij hebt geijld, antwoordde'oom Gaspard. — Wie?

— Gij zelf meester, en ook Pagès en Bergounhoux; gij zeidet, dat gij buiten waart en dat het woei.

Van tijd tot tijd klopten wij tegen den muur, om onzen redders te laten weten, dat wij nog leefden, en wij hoorden dan hun houweelen zonder ophouden op de steenen vallen. Maar de slagen werden niet veel harder, wat ons duidelijk te kennen gat) dat zij nog ver van ons verwijderd waren.

Toen de lamp aangestoken was, liet ik mij afglijden om water te halen in de schoen, en het scheen mij toe dat het water eenige centimeters gezakt was.

— Het water daalt. — Groote God!

En een oogenblik keerde in aller harten de hoop terug. Men wilde de Tamp aangestoken laten om te zien, hoever het water gezakt was, maar de meester verzette zich hiertegen. Ik dacht, dat er toen een opstand zou losbreken Maar de meester had altijd een goede reden voor hetgeen hij verzocht.

— WTij zullen later de lampen veel meer noodig hebben; als wij ze nu voor niets gebruiken, wat zullen we dan later doen, als we ze noodig hebben? En denkt gij niet, dat ge van ongeduld zoudt sterven, wanneer gij het water bijna onmerkbaar zaagf dalen? Want gij moet niet verwachten, dat het plotseling zakt. Wij zullen gered worden, houdt dus goeden moed. Wij bezitten nog dertien lucifers. Wij zullen die, telkens als gij het verlangt, aansteken.

De lamp werd uitgedoofd. Wij hadden allen naar hartelust gedronken; gëen van ons begon nu. meer te ijlen. En vele uren, misschien verscheidene dagen lang, bleven wij roerloos liggen, zonder door iets anders aan het leven herinnerd te worden, dan door het' tikken der houweelen, die een put groeven en het uithoozen der tonnen. Geleidelijk werden nu de slagen luider en luider; het water daalde en men naderde ons. Maar zou men ons bijtijds bereiken? Vorderden onze redders in hun werk met reuzenschreden? Zouden onze krachten, die voortdurend afnamen, dan nog toereikend wezen? Wij waren zwak naar lichaam en geest. Sedert den dag van de overstrooming hadden mijn

Sluiten