Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"wat hij spelen moest. In de school van Garofoli, die op groote schaal van de publieke weldadigheid partij trok, had hij in alle bijzonderheden de zoo moeilijke kunst geleerd om de mildheid of de sympathie van het publiek op te wekken, en de eerste maal, dat ik hem ontmoette op den zolder in de rue Lourcine, had hij mijn bewondering gaande gemaakt, toen hij mij uitlegde, hoe men de menschen tot geven bewegen kon; 'maar ik bewonderde hem nog veel meer, toen ik hem aan het werk zag.

In de badplaatsen vooral gaf hij bewijzen van zijn talent; in de eerste plaats tegenover de Parijzenaars, zijn vroeger publiek, dat hij kende en hier terugvond. — Opgepast, zei hij, toen wij een jonge dame in den rouw door de Capucijnerlaan zagen komen; wij moeten iets treurigs spelen; wij moeten trachten haar te doen denken aan den dierbaren afgestorvene, dien zij verloren heeft; als zij weent, is ons fortuin gemaakt. En dan speelden wij zoo weemoedig en langzaam, dat het hart ervan breken zou.

Op de wandelingen in de omstreken van Mont-Doré zijn er plekjes, die men salons noemt; het zijn groepen boomen, kleine boschjes, in wier lommer de badgasten eenige uren in de open lucht doorbrengen; Mattia sloeg het publiek van die salons aandachtig gade en naar gelang van den indruk, dien het op bem maakte, koos hij zijn stukken.

Als wij een zieke zagen, die zwaarmoedig op een stoel was neergezonken, bleek, met glazige oogen en uitgeteerde wangen, dan wachtten wij ons wel in zijn onmiddellijke nabijheid te gaan spelen en hem in zijn treurige overpeinzingen te storen. Wij plaatsten ons op een afstand, alsof wij muziek maakten voor ons zeiven, maar wij speelden zoo goed mogelijk; nu en dan wierp hij een schuinschen blik op ons; als hij ons boos aanzag, gingen wij heen; als hij met genoegen naar ons scheen te luisteren, kwamen wij langzamerhand nader en Capi kon dan gerust zijn bakje ophouden; hij behoefde niet bang te zijn, dat hij een schop kreeg.

Maar vooral bij de kinderen maakte Mattia opgang; met zijn strijkstok scheen •hij veerkracht aan hun beenen te geven en wekte hij den lust tot dansen in hen op; als hij glimlachte, begonnen zij ook te lachen, zelfs als zij uit hun humeur Waren. Hoe deed hij dat? Ik weet het niet; maar toch was het zoo; men schepte behagen in hem; men hield van hem.

De verdienste op onze reis overtrof verre onze verwachtingen; nadat wij alle verteringen betaald hadden, bezaten wij na korten tijd zeventig francs.

Zeventig francs met de honderd veertig, die wij in kas hadden, maakte tweehonderd tien; nu was de tijd gekomen om zoo spoedig mogelijk naar Chavanon te reizen over Ussel, waar, naar men ons had medegedeeld, in dezen tijd een groote beestenmarkt werd gehouden, die met een kermis gepaard ging.

Een kermis, dat was juist iets voor ons; en eindelijk zouden wij dan die koe kunnen koopen, waarover wij zoo dikwijls hadden gesproken en waarvoor wij zoo lang hadden gespaard. Tot dusverre hadden wij ons slechts gelukkig gevoeld door dit vooruitzicht en hadden wij die koe zoo mooi gemaakt, als onze verbeelding ze maken kon; het zou een witte koe zijn, daar stond Mattia bepaald op; zij zou lichtrood zijn, dat was mijn verlangen, ontstaan uit de herinnering aan Rousette van vrouw Rarberin. Zij zou heel mak zijn en eiken dag emmers melk geven. Het was meer dan heerlijk, wat wij ons voorstelden.

Maar nu zouden al die droomen verwezenlijkt worden, en thans begonnen wij min of meer met de zaak verlegen te zijn. Hoe zouden wij bij de keus van een koe de zekerheid hebben, dat zij al de eigenschappen bezat, die wij in haar wenschten'? Dat was een zaak van gewicht! Welk een verantwoordelijkheid rustte op ons: Ik wist niet, hoe men een goede koe kon onderscheiden van een lalechte en Mattia wist er niet veel meer van dan ik.

, Wat ons nog ongeruster maakte, waren de zonderlinge verhalen, die wij in de herbergen hadden gehoord, sinds wij ons in het hoofd gesteld hadden om een koe te koopen. Paardenkoopers en ossenkoopers waren allen bedriegers en schurken. Al die verhalen waren ons bijgebleven en maakten ons bevreesd voor de verwezenlijking van ons plan. Een boer koopt op de markt een koe,, die den mooisten staart heeft, dien ooit een koe heeft bezeten; met zoo'n staart kon zij haar neus zelfs afvegen, wat, zooals men weet, een gewichtige eigenschap is; hij komt zeer tevreden thuis, want hij heeft niet te veel betaald voor dit merkwaardige dier. Den anderen morgen gaat hij eens naar zijn beestje Kijken: het heeft volstrekt geen staart meer; die, welke zij scheen te hebben,

Sluiten