Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuurlijk waren wij Teel spoediger daarmede gereed dan de koe. Toen wij haar een poos lang bewonderd hadden, gingen wij om den tijd te dooden, me: cns beiden knikkeren, want men moet niet gelooven, dat wij een paar brave, ernstige, oude mannetjes, waren die alleen maar dachten aan geld Terdienen. Al leidden wij ook een leven, zooals knapen op onze jaren niet gewoon zijn, toch waren wij in ons hart nog jongens; van denzelfden aard als anderen en speelden wij gaarne. Geen dag ging er voorbij, dat wij niet een uurtje knikkerden, met den bal speelden, of haasje-over sprongen. Dikwijls gebeurde het, dat Mattia mij zonder aanleiding opeens vroeg: „Willen wij wat spelen? En dan wierpen wij onmiddellijk onze zakken en onze instrumenten neder en midden op den weg begonnen wij dan ons spel. Als ik geen horloge gehad hed dat mij zei hoe laat het was, zouden wij tot 's avonds hebben doorgespeeld. Maar dan ontwaakte het besef in mij, dat ik aan het hoofd van den troep stond en dat wij werken moesten om het geld te verdienen, dat wrj noodig hadden. Dan legde ik den riem van mijn harp over den schouder en voorwaarts ging het dan weer.

Wii waren klaar met spelen, vóórdat de koe klaar was met grazen, en toen zii ons naar zich toe zag komen, begon zij groote plukken gras met haar tong af te rukken, alsof zij ons zeggen wilde, dat zij nog lang niet gereed was.

— Laten wij nog maar een oogenblik wachten, zei Mattia.

— Weet ge dan niet, dat een koe den ganschen dag kan eten?

— Een oogenbhkje maar.

Al wachtende namen wij onze zakken en instrumenten weer op.

— Als ik eens een deuntje op mijn horen voor haar speelde? zei Mattia, die niet werkeloos kon zijn. Wij hadden in het paardenspel van Gassot een koe, die veel van muziek hield.

Zonder miin antwoord af te wachten, maakte Mattia. een fanfare Bii de eerste tonen lichtte onze koe den kop op, maar eensklaps, vóór ik haar I nog bij de horens had kunnen grijpen, om het touw te vatten rende zii in galop 1 voort. Wij renden haar na en liepen zoo hard als wij konden, uit alle macht haar terugroepende. . . .

Ik riep Capi toe, dat hij ze zou tegenhouden; maar men kar. met alle f.aenten tegelijk bezitten. Een hond van een koeherder zou haar tegen den neus zim gesprongen, maar Capi. die een geleerde hond was sprong tegen haar pooten op. Di hield haar'natuurlijk niet tegen; zij rende voort en wij haar achterna Onder het loopen riep ik tot Mattia: „Stommerik!" En hi] antwoordde, eveneens voortdravende: ■ M" . ,

— Je moogt me een pak slaag geven; ik heb het verdiend. .

Wij hadden ons neergezet om te ontbijten op een half uur afstand van een eroot dorp; daarheen rende nu onze koe en zi kwam er natuurlijk veel eerder Lmdan wij De weg was recht en wij zagen nu, niettegenstaande wij nog op verren afstand waren, dat men haar tegenhield en zich van haar meester maZtoe Toen liepen wij minder snel; wij behoefden haar slechts te vragen vand"goede Schen, die haar hadden vastgehouden, en die zouden ze ons wel teruggeven. Naarmate wij dichterbij kwamen was het aantal omstanders wefienomerTen toen we eindelijk naast haar stoiiden. zagen wij ons omringd door een twimigtal mannen, vrouwen en kinderen die het zeer druk over ons haddeh Ik had gedacht, dat ik mijn koe maar behoefde te vragen om ze te Sgen'maar irfflaats daarvan, deed men ons van alle kanten allerlei vragen: ™ar wrTvandaan kwamen en hoe die koe in ons bezit was gekomen? ;

O^ze LIwoorden waren even eenvoudig als gemakkelijk, maar zij overtuig-, den die menschen volstrekt niet en twee of drie stemmen gingen er op die ons toeriepen dat wij de koe, die ons ontloopen was gestolen hadden; dat wu raar d" gevangenis moesten gebracht worden, in afwachting dat de zaak

WDadt ^SSwoord „gevangenis" joeg mij een killen schrik op het lijf; ik raakt "erwSfen dat wis ons8 ongeluk; ik verbleekte?, begon, testotteren en daar ik door het harde loopen mijn adem verloren had, was ik buiten staat te, antwoorden Middelerwijl vvas er een gendarme gekomen; met een paar woor^ den vertelde men hem onze geschiedenis, en daar ze hem niet in orde. scheen, zri h\j dat onze koe zou worden gestald en hij ons naar de gevangenis brengen zou Ik wüde mij er tegen verzetten; Mattia wilde ook wat zeggen, maar op ffrenge~n toon legde de gendarme ons het stilzwi gen op. en daar ik mij her-

Sluiten