Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik had gehoopt, dat ik eenige rustige, gelukkige dagen bij moeder Barberin zou doorbrengen, mijn kinderspeelgoed met Mattia -voor den dag zou halen en zie, nu moesten wij ons den anderen dag weer op weg begeven.

Als wij vrouw Barberin verheten, was ons plan geweest den zeekant langs te reizen om Martha te bezoeken — wij moesten van deze reis dus afzien en ik zou die goede Martha, die zoo lief voor mij geweest was, vooreerst niet weerzien. Van daar zouden wij naar Lize gegaan zijn, om haar de groeten van haar broeder en zuster over te brengen — ook dit genoegen moest ik mij ontzeggen.,

Terwijl deze gedachten mijn geest doorkruisten, was de nacht voorbijgegaan zonder dat ik voor mezelf had kunnen beslissen, of ik Lize en Martha niet eerst moest gaan bezoeken, of dat het verstandiger zou wezen mij zonder oponthoud naar Parijs te begeven.

Ik süep eindelijk in zonder een besluit genomen te hebben en dien nacht, dien ik mij voorgesteld had, dat de heerlijkste uit mijn leven zou zijn, was de woeligste en onrustigste, dien ik mij herinneren kon. „ „

Toen wij den anderen morgen weer alle drie bij elkander waren, én bi] ïïe kachel zaten waarop de melk van onze koe kookte, bespraken wij, wat ons te doen stond. Wat moest ik doen? Ik vertelde hun, wat mij dien nacht zoo gekweld had en hoe besluiteloos ik was geweest

— Gij moet terstond naar Parijs gaan, antwoordde moeder Barberin; uw ouders zoeken u, en gij moet zoo spoedig mogelijk hun verlangen naar u trachten te bevredigen. ££J5£È ,

Zij voegde hierbij nog tal van redenen, waarom een onmiddellijk, vertrek wenschelijk was en ik was eindelijk volkomen overtuigd, dat zij groot gelijk had. — Laten wij nu naar Parijs gaan, zei ik; dit is dus afgesproken.

Maar Mattia stemde dit volstrekt niet toe, integendeel.

— Gij vindt, dat wij niet naar Parijs moeten gaan, gaf ik hem ten antwoord. Waarom geeft gij dan geen betere reden op dan moeder Barberin?

Hij schudde het hoofd. — Waarom helpt gij mij niet, als ge ziet, hoe moeilïïk het mij valt een besluit te nemen.

— Ik vind, begOTi hij, dat de nieuwe vrienden de oude niet mogen doen verbeten; tot nu toe behoorden Lize, Martha, Alexis en Benjamin tot uw familie; , zij' rijn als broeders en zusters voor u geweest en hielden veel van u; maar nu een nieuwe familie voor u opdaagt, die gij niet kent, die niets anders voor u gedaan heeft dan u op straat te leggen, nu verlaat gij hen, die goed voor u geweest zijn, terwille van anderen, die u slechts kwaad berokkend hebben; ik vind, dat dit niet billijk is. .

— Gij moet niet zeggen, dat zijn ouders Rémi verlaten hebben, viel moeder Barberin hem in de rede; misschien hebben ze hun het kind ontstolen en betreuren zij het verlies nog altijd en zoeken zij hem voortdurend.

— Ik weet het niet, maar wel weet ik, dat de tuinman Acquin Rémi halfdood1 heeft opgenomen en hem als zijn eigen kind heeft verzorgd en zijn kinderen; als broers en zusters van hem hielden; en ik meen, dat zij, die zich zoo jegenshem gedragen hebben, evenveel recht op zijn vriendschap hebben, als zij, die. wiüens of onwillens, hem aan zijn lot hebben overgelaten. Bij vader Acquin hebben zij hem uit eigen beweging zooveel vriendschap betoond; zij waren dit volstrekt niet verplicht. ,

Mattia zei dit op een toon, alsof hij boos op mij was, want hij verwaardigdemij, noch vrouw Barberin met een blik. Dit deed mij leed, maar het pijnlijke van het verwijt belette niet, dat ik toch de juistheid ervan geheel gevoelde, Bovendien verkeerde ik in dien toestand, waarin besluitelooze menschen zich dikwijls aan de zijde scharen van hen, die het laatst gesproken hebben.

— Mattia beeft gelijk, hernam ik, en het heeft mij dan ook niet weinig moeite gekost, om tot een ■besluit te komen, naar Parijs te gaan, vóór dat ik Martha en Lize bezocht had.

— Maar uw ouders! herhaalde moeder Barberin.

Ik moest nu voor mijn meening uitkomen en tevens allen tevreden stellen.

— Wij zullen niet naar Martha gaan, zei ik, omdat dit een te groote omweg zou zijn; zij kan ook lezen en schrijven; wij kunnen haar dus door een brief van alles op de hoogte stellen; maar voor wij naar Parijs gaan, kunnen wij.ons naar Dreuzy begeven, om Lize te bezoeken; al kost dit wat meer tijd, dan maakt het toch niet zoo'n groot verschil uit, en Lize kan niet schrijven of lezen.: Vooral ook om harentwille besloot ik mijn reis op deze wijs te maken; ik zal

Sluiten