Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daar een zilveren gloed vrerpt op de golven, welke een onmetelijken golvenden spiegel vormen.

Het logement van Cantal mocht een fatsoenlijk huis zijn, mooi was het volstrekt niet; en toen wii een kleine berookte kamer onrler rtnVnnnnpn had¬

den betrokken, die zoo eng was, dat de een op het bed moest gaan zitten als de ander overeind wilde staan, kon ik niet nalaten bij mij zeiven te denken, «at het een geheel andere kamer was, waarin ik gehoopt had te slapen. En de lakens van ongebleekt katoen geleken in het geheel niet op het prachtige lijnwaad, waarvan vrouw Barberin mij had verteld. Het stuk brood met schapekaas besmeerd, dat wij voor ons avondeten kregen, had ook niets van het feestmaal, dat ik mii voorgesteld had aan Mattia te kunnen aanbieden

Maar alles was toch nog niet verloren; het was maar een uitstel. Met die gedachte viel ik in slaap.

NASPORINGEN.

XXXIII.

9cn anderen morgen was het mijn eerste werk aan vrouw Barberin te schrijve» om haar mede te deelen, wat ik had vernomen, en dat was een heel werk voor me. Hoe kon ik haar zoo maar botweg vertellen, dat haar man dood was? Zij hield van haar Jéróme; zij hadden jarenlang samen geleefd, en het zou haar leed doen, als ik niet in haar droefheid deelde.

Zoo goed als het ging en met herhaalde betuigingen van genegenheid, was ik ten slotte aan het einde van mijn brief. Natuurlijk sprak ik haar over mijn teleurstelling en de verijdeling van mijn vurigste hoop. Eigenlijk was dit wel het voornaamste, waarover ik schreef. Ingeval mijn familie zich tot haar wendde, ten einde iets omtrent Barberin te vernemen, verzocht ik haar mij onmiddellijk te waarschuwen en vooral om mij het adres te zenden, dat men haar mocht aangeven; mij kon men altijd in het logement van Cantal vinden.

Toen ik die taak had volbracht, rustte er nog een andere op me tegenover den vader van Lize, en ook die laak was zwaar, althans tot op zekere hoogte. Toen ik aan Lize te Dreuze beloofd had, om de eerste maal, dat ik in Parijs zou uitgaan, aan haar vader een bezoek te brengen, had ik haar gezegd, dat als mijn ouders rijk waren, gelijk ik hoopte, ik van hen de som zou vragen, die haar vader schuldig was, zoodat ik slechts naar de gevangenis zou gaan om hem in vrijheid te doen stellen. Dat was een van de nummers van mijn programma van de goede dingen, die ik genieten zou. Eerst vader Acquin, dan moeder Barberin, vervolgens Lize, na haar Martha en Alexis en eindelijk Benjamin. "Wat Mattia betreft, men zou voor hem hetzelfde doen als voor mij en hij was gelukkig, als ik gelukkig was. Welk een teleurstelling dus voor me, om toet leege handen naar de gevangenis te gaan en vader Acmiin te hpznplrpn

voor wien ik thans even weinig doen kon, als bij mijn vertrek, om hem de schuld mijner dankbaarheid te betalen. Gelukkig kon ik hem goede tijding .brengen en de groeten van Lize en Alexis. en zijn blijdschap over hetgeen hij jjpmtrent zijn kinderen vernam, zou ten minste eenigermate vergoeden, dat ik zijn vrijheid niet medebracht. Ik had dus altijd het bewustzijn iets goeds voor hem te kunnen doen, al was dit dan ook nog het voornaamste niet.

Mattia, die erg verlangde om eens een gevangenis te zien, ging met mij mede; bovendien stelde ik er prijs op, dat hij den man zou leeren kennen, die twee jaren lang zulk een goed vader voor mij geweest was.

Ik kende thans het middel om tot de gevangenis van Clichy te worden toegelaten en wij bleven nu niet zoo lang voor de groote poort wachten, als toen ik de eerste maal Acquin wilde bezoeken.

Men liet ons in een spreekvertrek en weldra verscheen vader Acquin. Reeds «p den drempel opende hij zijn armen voor me. — O, wat een goede jongen ben je toch, Rémi. Je bent een beste jongen! riep hij uit.

Ik vertelde hem dadelijk, alles wat ik wist van Lize en Alexis en toen ik hem wilde uitleggen, waarom ik niet bij Martha was geweest, viel hij mij in de ; rede met de vraag: — En je ouders?

— Waet ge dan, dat die mij zoeken.

Sluiten