Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij naar Engeland gaan. Dat is het beste middel om bij uw ouders te komen

— Als ik eens aan die advocaten schreef?

— "Waarom zoudt ge dat doen? Men kan veel verder komen met praten, dan met schrijven. Toen wij te Parijs kwamen, hadden wij zeventien francs; toen hebben wij vijftien francs gemaakt, vervolgens tien en twaalf, daarna tien: dk maakt zoowat te zamen vijftig francs; vier francs hebben wij uitgegeven, dus I hebben wij nog ruim Veertig francs, en dat is meer dan wij noodig hebben om naar Londen te gaan. Men gaat te Boulogne op de boot naar Londen en dat kost niet veel geld. — Ben je wel eens te Londen geweest?

— Dat weet ge wel beter; maar wij hadden in het paardenspel van Gassot I twee clowns, die Engelschen waren, en deze hebben mij dikwijls van Londen ? gesproken en zij hebben mij een paar Engelsche woorden geleerd om met elkander te kunnen praten, zonder dat de vrouw van Gassot, die verbazend nieuwsgierig was, kon verstaan, wat wij zeiden. "Wat hebben we haar in t Engelsch gekheden in het gezicht gezegd, zonder dat zij er iets van begreep!. Ik zal je naar Londen brengen. — Ik heb bij Vitalis ook Engelsch geleerd.

— Dat wil ik wel gelooven; maar in die drie jaren hebt ge 't wel moeten vergeten, terwijl ik het nog ken; dat zult gij zien. Bovendien, 't is niet alleen,; omdat ik je in Londen van dienst zal kunnen zijn, dat ik met je naar Engeland j wil gaan, maar, om je de waarheid te zeggen, heb ik nog een andere reden.

— En die is? 1111» • L .. . . .

— Als je ouders je te Parijs kwamen halen, zouden zij mij misschien met met je meenemen; maar ben ik eens in Engeland, dan zullen zij mij met terugzenden. Zulk een onderstelling scheen? mij een beleediging toe voor mijn ouders, maar zoo volstrekt onmogelijk was het echter niet en 't was dus een geldige reden. Al was er maar één kans, dat mijn reis gelukken kon, dan moest ik die eenige kans wagen en aan het idee van Mattia gevolg geven, om dadelijk met hem naar Engeland te gaan. — Laten wij dan maar gaan, zei ik.

— Wilt ge? In twee minuten waren onze reiszakken gepakt en wij gingen naar beneden, geheel gereed om te vertrekken.

Toen zij ons met onze reiszakken zag, riep de logementhoudster vol verbazing uit: - Gaat de jongeheer — die jongeheer was ik - vertrekken? Wacht hij zijn ouders niet af? Dat zou toch wel zoo verstandig zijn; en dan zouden zijn ouders eens kunnen zien, hoe goed hij het hier heeft.

Maar door zulke,mooie woorden liet ik mij met weerhouden. Nadat ik öetaald had, wat wij schuldig waren, wilde ik naar buiten gaan, waar Mattia en Capi mij reeds wachtten. — En uw adres? vroeg de oude vrouw.

Zij had gelijk; het was verstandig haar mijn adres achter te laten. Ik schreef dit dus in haar boek. mj^jL i,D-i«

— Naar Londen! riep zij uit. Zoo'n paar knapen naar Londen! Zoo n neete reis, en dan over zee! 2 , ... „ _„

Vóór wij ons naar Boulogne begaven, moest ik nog afscheid nemen van va-, der Acquin. Dat afscheid was niet treurig. Ook hij was zeer blij, dat ik mijn. ouders zou terugvinden en het was mij een genot hem nogmaals te verzekeren, dat ik spoedig zou terugkomen met mijn ouders, om hem onzen dank te betuigen - Tot weersziens dan, beste jongen, en veel geluk. Zoo ge met zoospoedig mocht terugkomen, als ge u voorstelt, schrijf mij dan. - Ik kom terug.

Dien dag reisden wij, zonder ons ergens op te houden, voort tot Moisselles, waar wij den nacht doorbrachten op een hoeve, want wij moesten zuinig op -ons gefd zijn, teneinde onzen overtocht te kunnen betalen. Mattia had wel gezegd, dat het niet duur was, maar wat noemde hij duur

Onder het wandelen leerde Mattia mij eenige Engelsche woorden, want ik was geheel vervuld met een zelfde gedachte, die mij al mijn genot benam, zouden mijn ouders fransch of italiaansch spreken? Hoe ^uden wijlpet elkander kunnen praten, als zij niets anders dan engelsch verstonden? Wat zou dit lastig ziin. Hoe zou ik met mijn broers en zusters omgaan, als ik die had? Zon ik geen vreemdeling voor hen blijven, zoolang ik mij niet met hen onderhouden Ln? Hoe dikwijls ik mij voorgesteld had bij hen thuis te komen - en zeer dikwijls had ik mij dit, na mijn vertrek uit Chavanon, voorgesteld - nooit had ik Sen denken da ik op zulk een bezwaar zou kunnen stuiten. Hoelang Sch zon he! kunnen duren, eer ik het engelsch, dat mij een «er m^ihjke taal toescheen meester was. Acht dagen hadden wij noodig om van Parijs naar So£™«Tkomen, want in de froote steden, die wij doortrokken, Beauvais,

Sluiten