Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AJAeville en Montreuil-sur-Mer, hielden wij ons eenigen tijd o» om voorstelhagen te geven, teneinde ons kapitaal aan te vullen. P v°orstel~

&£T5r " J j ""ui"S"c ddiiKwamen, naaaen wij nog drie en dertig francs in vee meer dan wij noodig hadden om onzenoverXte^betalen Mattia had nooit de zee gezien en onze eerste wandeling was dus naar de kade. Een tijdlang stond hij met wijd opengesperde oogen en sTaarde naar den : £eï^

Dit gaf aanleiding tot een klein geschil tusschen ons, want wij hadden dikwijls over de zee gesproken, en ik had hem altijd gezégd, dat dit het mooiste was dat men ooit kon zien. Ik hield dus ook nu mijn meening vol

- Misschien hebt ge gelijk, als de zee zoo blauw is, zooals tl Cette eeliik se mrj verhaald hebt, zei Mattia; maar als zij er uitziet'als deze zee?" 00 geel In groen, met die grijze lucht en die donkere .wolken er boven, dan is zii leelift heel leelijk en ik heb volstrekt geen lust in een zeereis 1 3t

In den regel waren Mattia en ik het volkomen eens; hij vereenigde zich met mnn meening of ik gaf de zijne toe; maar in dit geval hield ik vol? da Tk glh k had en ik beweerde zelfs, dat die groene zee met haar geheimzinnige diepte en die donkere wolken, welke de wind door elkander jo^g ne zoo mooi was als een blauwe zee onder een blauwen hemel

- Dat zegt ge maar, omdat ge een Engelschman zijt, antwoordde Maffia on ge houdt vanrde leelijke zee, omdat zij aan uw land behooVt ' ^ \ ,,°ï naar Londe.n vertrok den anderen morgen vroeg, te vier uren- tegen halfvier waren wij aan boord en wij zochten een plaats achter eenige'kisten, waar wij tegen den wind beschermd waren, die uit het noorden woei en W h« T Ug,W,T Bij be'jchijnsel van eenige doffe lantaarns zagen w?

; hoe het schip geladen werd; de katrollen piepten; de kisten, die men in he ruim neerliet, kraakten; en de matrozen, die van tijd tot tijd eenige woorden met elkander wisse den, hadden ruwe stemmen; maar boven al hef gldruisch hoorden wij het geluid van den stoom, die in kleine witte wolkjes door den schoorsteen opsteeg. De bel luidde; de touwen werden losgemaakt7wirwareS op reis, op reis naar mijn land. J Wdren

Dikwijls had ik aan Mattia verteld, dat er niets zoo prettig was als een tocht op een boot; men gleed zachtkens over het water zonder te bemerken dat men

| T00rtgmg; het was prachtig - het was als een droom Demericen' dat men Als ik dit vertelde, dacht ik aan D e Z w a a n, en aan onze reis op het kanaal m het zuiden maar de zee had niets van een kanaal. NauwelijkT waren wil van wal gestoken, of de boot scheen in de zee te willen verzinken danrees^M weer od om nns dipnor in n»t ™,o.o,. a 1 ,.' ..1 .l lees ZH

zaten. Bij die schokken kwamen de rookwolken met een snerpend Md uh den schoorsteen, en dan ontstond er een oogenblik van stilte en men hoorde slechts het klotsen van het water tegen de raderen, nu eens aan de eene dan weer aan de andere zijde, naarmate het schip rechts of links overhelde

- Nu, zei Mattia, dat glijdep over het water laat wel wat te wensche'n over Ik kon hem me veel daarop antwoorden, want ik wist niet, wa ' eerTbran-

<ding was. Maar niet slechts de branding deed het schip stoeten en snngeren, dfeeïeTiSïe nlkr'deTdere"8 ^ ^ bet schif vaa

Mawa'( a'IT" 9geruime.n lijd'^'ets had gezegd, stond plotseling op.

- Wat deert je? vroeg ik. - Alles danst in me, en ik voel me heel onpleizieng. - Dat zal de zeeziekte zijn. - Nu, dat gevoel ik ook wel °nPlelZ1*-

fcen oogenblik later leunde Mattia over de verschansing h0S^^^idn^^i°eg1•n. Zi6H' °Uk hem al in mijn armen nam en zijn

*l„ e„JÏATi\" * j iuaicii, nij wero mei Deter; hij zuchtte, en nu en

■i» JP k-hlJ..weer naar de verschansing, en eerst na een ge minuten kwam ■ hij weer bij mij, om opnieuw tegen mij aan te leunen ™ Kbootleihij? Wj ^ kWam' baWe hij Zijn vuist teeen me en half lachend,

; ' _ fe^^^?reIscB!n!/e hJebb!n ?een bart en geen ingewanden, 'fa fcj? « W a Au dag doorbrak> eer sombere dag zonder zon, waren wii tg het gezicht van de hooge krijtrotsen e- hier en daar zag men onbeweegli^e schenen zonder jc$\m T anovam»^^^ . a i... f, """v.weegnjKe

„—«nu iici scuomraeien minder en

ons

Sluiten