Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij lachte treurig. — Dat zou zooveel pijn niet doen; men voelt de klappen I niet, die men ter wille van een vriend bekomt.

CAPI OP DEN SLECHTEN "WEG.

XXXVI. *

Eerst tegen het vallen van den avond keerden wij in De Roode Leeuw terug; den geheelen dag bleven wij in het fraaie park wandelen en praten, nadat wij ontbeten hadden met een stuk brood, dat we hadden gekocht.

Mijn vader was thuis gekomen en mijn moeder stond overeind. Hij noch zij maakte eenige opmerkingen over onze lange wandeling; eerst na het avondeten zei mijn vader, dat hij*een woord met ons beiden, Mattia en mij, wilde | spreken en hij liet ons bij den grooten schoorsteen komen, waarop de oude I man begon te brommen, daar hij blijkbaar aan zijn plaats bij den haard geI becht was. — Vertel me nu eens, hoe ge in Frankrijk aan den kost zijt geko|' men, sprak mijn vader.

Ik vertelde hem, wat hij vroeg.

— Dus zijt gij nooit bang geweest, dat gij van honger zoudt omkomen?

— Nooit; niet alleen hebben wij in ons onderhoud kunnen voorzien, maar 1 wij hebben ook nog zooveel overgehouden, dat wij een koe konden koopen, I zei Mattia vrijmoedig, en op zijn beurt vertelde hij, hoe wij aan onze koe ge-» |; komen waren. I

— Dus hebt gij wezenlijk talent? vroeg mijn vader. Laat me eens hooren,, ; wat gij kunt.

Ik nam mijn harp en speelde een lied, maar niet het napohtaansche.

— Heel goed, heel goed; en wat kan Mattia?

Deze speelde eerst een deuntje op de viool en daarna op den horen.

IDit verwierf vooral den bijval der kinderen, die, in een kring om ons heen,, geschaard, naar ons stonden te luisteren.

— ün (JapiV vroeg mijn vaaer, waar speen aie op / ik aenK niet, aat gij alleen voor uw pleizier dien hond met u meeneemt. Hij moet minstens in staat zijn, om zijn eigen kost te verdienen.

Ik was trotsch op de talenten van Capi, niet alleen om hem zeiven, maarook om Vitalis; ik liet hem eenige kunstjes doen en als gewoonlijk vonden de \ kinderen dit weer alleraardigst en werd hij luide toegejuicht.

— Maar die hond is een fortuin, zei mijn vader.

Ik beantwoordde dat compliment met een lofrede op Capi en verzekerde hem, dat hij in korten tijd alles kon leeren, wat men wilde, ook dingen, die men gewoonlijk niet van een hond ziet. Mijn vader vertaalde die woorden in het engelsch en hij scheen er eenige woorden bij te voegen, die ik niet verstond, maar die allen deden lachen, mijn moeder, zoowel als de kinderen en ook mijn grootvader, die bij herhaling met de oogen knipte en uitriep: ,,a

■fin e d o g," wat beteekende: een mooie hond. Maar Capi was er niet trotsch op. — Nu dit het geval is, vervolgde mijn vader, wil ik u een voorstel doen. Maar eerst moet ik weten, of Mattia in Engeland wil blijven en of hij bij ons

' zijn intrek wil nemen.

— Ik wensch bij Rémi te blijven, antwoordde M\attia, die veel slimmer was,.

aan nrj wei scneen en ook aan nij zen wei wist. waar nemi gaat, aaar ga ik ook. Mijn vader, die niet gissen kon, wat er met dat antwoord bedoeld werd,

I scheen ermee tevreden.

— Als de zaken zoo gesteld zijn, kom ik op mijn voorstel terug. Wij zijn niet rijk en wij werken allen om aan den kost te komen: Des zomers doorkruisen wij Engeland en mijn kinderen gaan onze koopwaar aanbieden aan de men-schen, die zich de moeite niet willen geven om tot ons te komen, maar 's win-

' ters hebben Wij niet veel te doen. Zoolang wij te Londen zijn, zuUen Rémi en

'I Mattia muziek maken op straat en ik twijfel er niet aan, of zij zullen goed geld verdienen, vooral tegen Kersttijd bij de zoogenaamde w a i t s Maar daar-

i wij niets moeten verloren laten gaan, zal Capi voorstellingen geven met Allen;

i) Waits zijn troepjes muzikanten, die met Kerstmis serenades brengen.

Sluiten