Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gissen, weli een dienst hij een oogenblik later aan ons alle drie bewijzen zou. Wij stapten stevig door en hielden Capi vlak achter ons; een woord, dat ik hem van tijd tot tijd toevoegde, was daartoe meer voldoende dan de stevigste ketting. Zoo kwamen wij in Holborn, dat, zooals men weet, een van de drukste deelen van Londen is( waarin men de meeste winkels vindt; opeens ontdekte ik, dat Capi ons niet meer volgde. Wat was I er met hem gebeurd? Dit was iets heel buitengewoons. Ik stond stil om hem op te wachten, vatte post op den hoek van een dwarsstraat en floot zachtjes, want ik kon niet ver van mij afzien.

Ik was al bang, dat hij gestolen zou zijn, toen hij plotseling bij mij stond met een paar wollen kousen in zijn bek. Hij zette kwispelstaartend de pooten tegen mijn knieën, bood mij de kousen aan en scheen me te verzoeken, dat ik die zou aannemen. Hij scheen er zeer mee in zijn schik, alsof hij een zijner mooiste toeren had vertoond, en nu mijn goedkeuring verwachtte.

Dit had slechts een oogenblik geduurd, toen eensklaps Mattia de kousen met de eene band greep en met de andere mij voorttrok.

— Laten we gauw voortgaan, maar zonder hard te loopen, fluisterde hij. Eerst na eenige minuten gaf hij mij de verklaring van die vlucht.

— Evenals gij, zei hij, vroeg ik me af, waar dat paar kousen vandaan kwam toen ik een man hoorde uitroepen: „Waar is de dief?" De dief, dit vat ge, was Capi. Als er niet zoo'n zware mist hing, zouden wij als dieven zijn gepakt. \

Ik begreep het nog niet best; een oogenblik stond ik als verbijsterd; zij hadden een dief gemaakt van mijn goeden, eerlijken Capi!

— Laten wij naar huis gaan, zei ik tot Mattia, en bond Capi aan een touw. Mattia zei geen woord en wij keerden zoo snel mogelijk naar De Roode Leeuw terug. Vader, moeder en de kinderen zaten om de tafel en waren bezig de manufacturen uit te vouwen. Ik wierp het paar kousen op tafel, waarover Allen en Ned hartelijk begonnen te lachen.

— Daar is een paar kousen, zei ik, dat Capi gestolen heeft, want men heeft een dief van hem gemaakt. Ik hoop, dat het maar voor de aardigheid was.

Ik beefde, terwijl ik dit zei, maar nooit had ik me zoo vastberaden gevoeld.

— En als het niet eens voor de aardigheid was, zei mijn vader wat zoudt ge dan doen? Zeg dat eens.

— Dan zou ik Capi een touw om den hals binden en hem in de Theems verdrinken. Ik wil niet, dat Capi een dief wordt, evenmin als ik zelf een dief worden wil. Als ik dacht, dat dit me overkomen moest, zou ik me tegelijk met hem gaan verdrinken

Mijn vader zag mij dreigend aan en maakte een beweging, of hij me wilde vermoorden, zijn oogen kwamen bijna uit de kassen; maar ik sloeg de mijne met neer; langzamerhand nam zijn gelaat weer de gewone uitdrukking aan.

— Ge hebt gelijk, zei hij; 't was maai- voor de aardigheid. Opdat het met meer gebeure, zal Capi voortaan alleen met u uitgaan.

DE MOOIE LUIERS WAREN BEDROG. XXXVII.

Wat ik ook gedaan had om goede vrienden met mijn broeders Ned en Allen te worden, zij hadden mij altijd nijdig van zich gestooten en alles wat ik voor hen had willen doen, hadden zij geweigerd; blijkbaar was ik in hun oog geen broer van hen. Na het gebeurde met Capi werd onze verhouding zuiverder aangegeven. Wel niet met woorden — want ik kon mij niet gemakkelijk in het engelsch uitdrukken — maar door eenige duidelijke gebaren, waarbij mijn vuisten een voorname rol speelden, gaf ik hun te kennen, dat, zoo zij het minste tegen Capi ondernamen, ze met mij te doen zouden hebben om hem te verdedigen of te wreken.

Nu ik geen broers had, wilde ik toch zusters hebben; maar Annie, de oudste, betoonde mij al niet meer genegenheid dan haar broeders; evenals deze beantwoordde zij elke poging tot toenadering met stuurschheid en geen dag ging er voorbij, zonder dat zij mij eenige streek speelde, waarin zij — dit moet *k erkennen — zeer ver was. Afgestooten door Allen en Ned en afgestooten *ok door Annie, bleef mij niets over dan de kleine Kate, die pas drie jaar oud

Sluiten