Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was en dus te jong om met haar broers en zusters samen te spannen. Zij lieS

zich dan ook door mij liefkoozen, eerst omdat ik Capi kunstjes voor haar liet doen en later, toen ik Capi weer terugkreeg, omdat ik baar koekjes, sinaasappelen en andere lekkernijen gaf, die ik kreeg van de kinderen als ze met een heel voornaam gezichtje riepen: „voor den hond." Sinaasappelen aan een hond te geven was niet heel verstandig, maar ik nam ze dankbaar aan, want op die wijze kon ik de liefde winnen van Kate.

Dus was er van het geheele gezin, waarvoor ik zooveel hef de gevoelde toen ik in Engeland aan wal stapte, slechts een enkel lid, de kleine Kate, die ik mocht liefhebben. Mijn grootvader ging nog maar altijd voort met te spuwen naar mijn kant, als ik dicht bij hem kwam, mijn vader bemoeide zich niet met me behalve des avonds om het geld te ontvangen dat wij hadden verdiend, moeder was in den regel buiten westen. Allen, Ned en Annie hadden een hekel aan mij; Kate alleen, liet zich aanhalen, en nog maar alleen, omdat ik mijn zakken vol lekkers had. Welk een teleurstelling! , ,

In miin droefheid zei ik dan ook bij mij zeiven, niettegenstaande ik de onderstelling van Mattia in het eerst had afgewezen, dat, zoo ik werkelijk het kind was van die familie, men mij andere gevoelens zou toedragen dan mij nu zoo onbewimpeld werden betoond, terwijl ik. van mijn kant, niets gedaan , had om die onverschilligheid en die hardheid te verdienen. Toen Mattia mij onder den indruk zag van die treurige overpeinzing, begreep hij zeer goed, wal er de oorzaak van was, en alsof hij tot zchzelven sprak, zei hij: — Ik ben erg nieuwsgierig, wat vrouw Barberin zal antwoorden. Teneinde den brief te bekomen, die mij „poste restante" zou worden toegezonden waren wij van onzen gewonen tocht afgeweken en inplaats van naar SoraTe gaan begaven wij ons over West-Smith-Field naar het postkanioon Z^er dikwijls deden wij dien tocht tevergeefs, maar eindelijk werd de brief, dien wij met zooveel ongeduld verwachtten, mij ter hand gesteld. Het groo e gebouw van het postkantoor was niet bijzonder geschikt om brieyen te fezen Wij zochten daarom een gang op in een naburige straat, wat mij tevens den tijd gaf om mijn ontroering eenigszins meester te worden. Daar kon ik eindelijk den brief van vrouw Barberin, of liever van den pastoor van Chavanon, open maken. Hij luidde:

Mijn lieve Rémi.

Ik ben zeer verwonderd en ontstemd over hetgeen in uw brief te lezen staat, want naar hetgeen mijn goede Barberin mij alti d gezegd had, zoowel nadat hij u ui"de Avenue dé Bréteuil had gevonden als nadat hij met den persoon «esproken had, die u zocht, moesten uw ouders bemiddelde, ja zelfs vermo-

^TndrmeenlngTérd ik versterkt door de wijze, waarop gij gekleed waart, toen Barberin ute Chavanon bracht. Uit de kleeren, die gij toen aanhadt, bleek Maar dat zij tot den luiermand behoorden van een rijk kmd. Gij verzoekt mii u duidelijk te beschrijven, hoe de kleertjes er uitzagen, waarin men uhTdTewikke d Ik:kan dit des te gemakkelijker doen omdat ik al die voor-: werpen iTeb beWaard daar zij eenmaal misschien strekken konden om u te S herten^n als men u mocht opvorderen, wat volgens mij zeker moest Seurer^ Maar Vooral moet ik u zeggen, dat gij eigenlijk geen luiers hadt; als ik daar^an^ soms gesproken mocht hebben, was dit uit gewoonte, omdat de kinderel bij ons luiers dragen. Gij hadt die niet; integendeel; ziehier, hoe gij -waart aangekleed en welke dingen ik bij u heb gevonden: een kanten mutsje, dat rieTbyzonders had, behalve dat het zeer fraai en kostbaar was; een nauwsluitend hemdje van fijn linnen met een kantje aan den hals en aan de Xln eeirflanellen hemdji; witte wollen kousjes; gebreide witte schoentje^; e^n mante tie met een kap van wit cachemir met zi de gevoerd en fraai gebor-, duürd Gii hadt een wollen luier aan, die tot denzelfden luiermand behoorde, maar 'bij den commissaris-van politie had men u een andere aangedaan een bewonen doek Ik moet er ten slotte nog bijvoegen, dat geen van die kleertjes bemerkt waren, maar de wollen luier en het hemdje moeten gemerkt zijntjM we^st want de hoeken, waarop gewoonlijk het merk staat, waren afgeknipt, waarüi™oeg bhjkt? dat meii alle voorzorgen had genomen om nasporingen vruchteloos te maken.

Sluiten