Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weddenschappen om een gulden of wat aan te gaan. Daar zijn zij volksfeesten en het zijn niet de paarden alleen, die men komt zien; op de vlakte of langs de kust, waar de wedrennen plaats hebben, komen, reeds dagen van te voren, kunstenaars, muzikanten, kooplieden, enz., die daar een soort van kermis maken "Wij hadden ons gehaast om een plaats te krijgen, wij als muzikanten en de Driscoü's als kooplieden.

Maar inplaats van op het terrein van de wedrennen zich te vestigen, had mijn vader een standplaats ingenomen in de stad, waar hij betere zaken dacht te maken. Wij waren al vroeg aangekomen en daar wij niet behoefden te helpen aan het uitstallen der koopwaar, gingen Mattia en ik het terrein van de wedrennen eens opnemen, dat op korten afstand van de stad was gelegen. Er waren een aantal tenten opgeslagen en van verre zag men smalle rookkolommen opstijgen, die de grenzen vormden van het veld voor de wedrennen. Weldra kwamen wij door een hollen weg op de gewoonlijk dorre, naakte vlakte^, maar waar dien avond houten loodsen waren opgeslagen, waarin men nu ververschingen kon bekomen en zelfs nachtverblijf, barakken tenten en wagens, óf zelfs legerplaatsen met vuren in de open lucht, waaromheen een groot aantal menschen in allerlei kleeding zich bewogen, die schilderachtige troepen vormden. Toen wij een van die vuren voorbijgingen, waarboven een ketel bing, herkenden wij onzen vriend Bob. Hij was lecht blij, dat hij ons zag. Met twee zijner kameraden was hij naar de wedrennen gegaan om voorstellingen te geven, maar de muzikanten, op wie zij gerekend hadden, hadden geen woord gehouden, zoodat de andere dag, inplaats van een goede winst af te werpen, zooals zij gehoopt hadden, zeer onvoordeelig zou zijn. Als wij wilden, konden wij hun een grooten dienst bewijzen, door de taak van die muzikanten op ons te nemen. De opbrengst zouden wij met ons zessen deelen, want ook Capi zou een aandeel hebben.

Uit een blik van Mattia begreep ik. dat bet hem pleizier zou doen, als wij het voorstel van Bob aannamen, en daar wij vrij waren om te doen, wat wij wilden onder voorwaarde slechts, dat wij een goede som thuisbrachten, nam ik het aah. Wij spraken dus af, dat wij den anderen morgen ons ter beschikking van Bob en zijn beide vrienden zouden stellen.

Maar toen wij weer in de stad kwamen deed zich een moeilijkheid voor. Ik vertelde aan mijn vader, welke afspraak wij hadden gemaakt.

- Den hond heb ik zelf noodig, zei hij; gij kunt hem dus niet meenemen Die woorden maakten mij ongerust; wilde hij Capi weer voor een slechten

streek gebruiken? Maar mijn vader deed terstond alle vrees bij mij verdwijnen.

— Capi heeft een fijn gehoor, zei hij, en hij is zeer waakzaam; hij kan ons dus van dienst wezen bij de wagens, want bij dien toevloed van menschen zouden er wel eens onder kunnen zijn die ons wilden bestelen. Gij gaat dus alken spelen met Bob en als het heel laat mocht worden, wat zeer goed mogeJik is kunt gij ons opzoeken in de herberg De Eikenboom, waar wij onzen intrek nemen, de ar het mijn plan is tegen het vallen van den nacht te vertrekken.

Die herberg De Eikenboom, waar wij den vorigen nacht hadden doorgebracht was een kwartier van de stad gelegen, op het open veld, in een eenzame sombere streek. Zij werd door een echtpaar gehouden, dat «et zeer geschikt was om vertrouwen in te boezemen Die herberg des nachts terug te vinden was niet moeilijk; het was een rechte weg; het eeniee onaangename was dat zii nogal veraf lag, wat vooral na een zwaren dag geen genoegen was.

Maar dat kon ik aan mijn vader niet zeggen, want deze gedoogde geen tegenspraak Als hij iets gezegd had, moest men gehoorzamen.

Den anderen dag, nadat ik een poos met Capi had geloopen, en hem eten -n drinken had gegéven, zoodat hij geen gebrek zou lijden, maakte ik hen vast aan den wagen, en Mattia en ik gingen naar het terrein van de wedrennen

Zoodra wij aangekomen waren, begonnen wij muziek te maken en dit: duur* de voort tot des avonds laat. Mijn vingers deden eindelijk zoo zeer of zij door. duizend naalden werden gestoken, en Mattia had zooveel op den horen geblazen dat hij bijna geen adem meer halen kon. Toch moesten wij maar blijven spelen daar Bob en zijn makkers met hun kunsten met ophielden; van onren kant mochten wij dus ook geen rust nemen Toen de avond gevallen was, dacht ik, dat wij rust zouden gaan nemen; maar wij verwisselden onze plaats m de open lucht met een groote houten loods en daar begonnen de kunsten en

Sluiten