Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheidene andere personen waren bij hen; ik begreep, dat dit de bank der eeluigen moest zijn. De ruimte voor het publiek was gevuld; boven de balustrade zag ik Mattia; onze «ogen ontmoetten elkander en wij lazen er in wat wii dachten. Dadelijk kreeg ik moed. Ik zou verdedigd worden; ik moest dus de hoop met opgeven; ik werd niet langer verpletterd door de oogen, die op mn gericht waren. y *

De ambtenaar van het openbaar ministerie nam het woord en sprak zeer kort. Hij scheen haast te hebben. Hij stelde de zaak voor: er had een diefstal plaats gehad m de Sint-Georgekerk; de dieven, een man en een knaap waren er binnengekomen met behulp van een ladder en door het verbreken van een glasraam. Zij hadden een hond met zich genomen, om de wacht te houden en hen te waarschuwen als er gevaar mocht dreigen en er iemand kwam Een voorbijganger, die Iaat naar huis terugkeerde — het was kwart over eenen — had met verwondering licht in de kerk bespeurd en hij had iets hooren kraken. Daarop had hij den koster gewekt; men was met eenige andere mannen naar de kerk gegaan, maar toen had de hond aangeslagen en terwijl men de dein- opende, waren de dieven door het venster gevlucht, den hond achterlatende, die de ladder niet kon opklimmen. Die hond, naar het terrein van de wedrennen gebracht door den agent Jerry, wiens doorzicht en ijver niet genoeg konden worden geprezen, had zijn meester herkend, die niemand anders was dan de beschuldigde op gindsche bank gezeten. Wat den anderen dief betrof, dien was men op het spoor.

Na eenige beschouwingen, die mijn schuld moesten bewijzen, zweeg het openbaar ministerie, en een schelle stem riep: ,,Stilte." Toen vroeg de rechter zonder zich tot mij te wenden, en alsof hij tot zichzelven sprak, hoe ik heette' hoe oud ik was en welk beroep ik uitoefende.

Ik antwoordde in het Engelsch, dat ik Francis Driscoll heette en bij mijn ouders te Londen woonde, in De Roode Leeuw, in Bethnal-Green. Daarop verzocht ik verlof om van de fransche taal gebruik te maken daar ik in Frankrijk was grootgebracht en eerst eenige maanden in Engeland' mijn verblijf hield

— Tracht mij niet te bedriegen, zei de rechter op strengen toon; ik ken fransch.

Ik deed dus mijn verhaal in het fransch; ik deed uitkomen hoe volkomen onmogelijk het was, dat ik te één uur in de kerk was geweest, daar ik tot op dien tijd op het terrein der wedrennen was, en dat ik te halfdrie bij de herberg De Eikenboom was geweest.

— En waar waart gij te kwart over eenen? vroeg de rechter. — Onderweg.

— Dat staat te bewijzen. Gij zegt, dat gij op weg waart naar de herberg De Eikenboom en volgens de akte van beschuldiging waart gij in de kerk. Als gij vóór eenen het veld van de wedrennen verlaten hebt, kunt gij bij uw medeplichtige zijn geweest bij de kerk, die u daar met een ladder wachtte, en nadat uw diefstal mislukt was, kunt gij naar de herberg De Eikenboom ziin gegaan. °

Ik trachtte aan te toonen, dat het niet mogehjk was, maar ik bemerkte duidelijk, dat ik den rechter niet had overtuigd.

— En hoe verklaart gij de tegenwoordigheid van uw hond in de kerk?

— Die kan ik niet verklaren, die begrijp ik zelf niet; mijn hond was niet bij mij; ik had hem des morgens aan één onzer wagens vastgemaakt.

Het betaamde mij niet er iets meer van te zeggen, want ik wilde geen wapens in de hand geven tegen mijn vader. Ik zag Mattia aan, die mij wenkte, dat ik verder zou gaan, maar ik ging niet verder.

Men riep een getuige en deed hem den eed afleggen op den bijbel en beloven, dat hij de waarheid zou zeggen, zonder haat of nijd.

Het was een dikke man met een dom gelaat, niet groot van gestalte en zeer statig, ondanks zijn vuurrood gezicht en zijn blauwen neus. Vóór hij den eed Igfléljde, maakte hij een kniebuiging voor den rechter en richtte zich toen met veel waardigheid op. Het was de koster van de Sint-George-kerk.

Hij begon uitvoerig te verhalen, hoe hij gestoord en verontwaardigd was, toen men nem plotseling had gewekt om hem mee te deelen, dat er dieven in de kerk waren. Zijn eerste gedachte was, dat men hem een poets wilde spelen, maar daar men geen poetsen speelt aan personen van zijn kwaliteit, had

Sluiten