Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MOOIE LUIERS HEBBEN WAARHEID GESPROKEN. XLIH.

Nog altijd stond ik sprakeloos, maar Mattia deed, wat ik geheel Tergat.

— Wij bedanken n wel juffrouw, zei hij.

En hij duwde mij zachtkens naar buiten, de keuken uit.

— En nu op weg; vooruit! zei hij. Wij moeten nu niet alleen mevrouw Milligan en Arthur opsporen, maar ook Lize moeten wij inhalen. Wat komt dat uitstekendi Wij zouden te Dreuzy onzen tijd maar verloren hebben; en nu kunnen wij onzen weg vervolgen. Wij hebben al zooveel teleurstellingen gehad, nu loopt het ons mee; de wind is veranderd. Wie weet, welk geluk ons nog wacht! En wij vervolgden zonder tijd te verliezen onzen weg om De Zwaan in te halen en bleven overal lang genoeg om te slapen en eenige stuivers te verdienen Te Decize, waar het kanaal van Nivernais uitmondt in de Loire, woegen wij naar De Zwaan. Zij was het zijkanaal ingevaren en dit volgden wij dus ook tot Digoin; daar namen wij het kanaal, dat naar Chalon leidt.

Mijn kaart wees mij aan, dat zoo ik over Charolles ging naar Macon, die ons een omweg en verscheidene dagmarschen zou uitsparen; maar dit was een stout besluit, waarvan wij de verantwoordelijkheid geen van beiden op ons wilden nemen, nadat wij het vóór en tegen hadden overwogen; De Zwaan toch had zich onderweg kunnen ophouden, en dan zouden wij haar vóór zijn.

Wij volgden de Saóne van Chalon tot Lyon.

Daar stuitten wij op een groote moeilijkheid: was De Zwaan de Rhöne op- of afgevaren? Met andere woorden: was mevrouw Milligan naar het Zuiden van Frankrijk of naar Zwitserland gegaan.

Wij vroegen inlichtingen aan de varensgezellen en aUe menschen, die op de kaden hun bezigheden hadden; eindelijk kregen wij de zekerheid, dat mevrouw Milligan naar Zwitserland was gegaan. Wij volgden dus den loop der Rhóne naar den oorsprong.

— Door Zwitserland gaat men naar Italië, zei Mattia. Als wij mevrouw Milligan nareizende, eens te Lucca kwamen, wat zou Christina blij zijn!

ArmÜ' g,oede Mattia! Hij hielp mijt zoeken naar hen, die mij dierbaar waren en ik deed mets om hem in de gelegenheid te stellen zijn zusje weer te zien.

Van Lyon af wonnen wij eiken dag op D e Z w a a n, want de Rhöne heeft zulk een sterken golfslag, dat men ze niet zoo gemakkelijk opvaart als de Seine. Te Culoz was zij niet meer dan zes weken vooruit; intusschen, als ik de ïalïL raadPleegde> moest ik het betwijfelen of wij haar wel zouden ingehaald hebben vóór zij in Zwitserland was, want het was mij onbekend, dat de Rhóne met verder bevaarbaar is dan tot Genève, en wij verbeeldden ons, dat mevrouw Milligan met De Zwaan Zwitserland wilde bezoeken. Wij kwamen te Seyssel, een stad die in tweeën gedeeld wordt door de rivier, waarover eene hangende brug is geslagen en wij volgden den oever der rivier. Hoe verrast was ik, toen ik in de verte D e Z w a a n meende te herkennen.

Wij zetten het op een drafje; ja, het was haar vorm; ze was het; en toch zag zij er uit als een verlaten vaartuig. Zij was stevig vastgemeerd achter een soort van kade, die haar beschermde en aan boord was alles gesloten Wat was er gebeurd? Was Arthur iets overkomen.

Wij stonden stil; ons hart klopte ternauwernood. Een man, aan wien wij inlichtingen vroegen, was wel zoo goed ons te antwoorden; hij was juist de persoon, die met het bewaken van D e Z w a a n belast was.

De engelsche dame, die met haar twee kinderen aan boord was — een lam knaapje en een klein stom meisje — bevond zich in Zwitserland. Zij had haar schip achtergelaten, omdat zij er de Rhöne niet verder mee kon opvaren Zn waren met een rijtuig weggereden; de bedienden waren gevolgd met de bagage. In het najaar zouden zij terugkomen, om zich weer op De Zwaan in 'e schepen en de Rhöne af te zakken tot aan zee, om den winter in het zuiden door te brengen Wij haalden weer adem; de vrees, die wij gekoesterd hadden, was dus ongegrond; wij moesten ons dan ook liever het goede dan het kwade hebben voorgesteld.

— En waar is die dame thans? vroeg Mattia. — Zij is vertrokken om een villa

Sluiten