Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te voren zeker, als altijd, dat gij voor ons geluk werkzaam zijt geweest. Maar dat maakt mij niet minder nieuwsgierig.

De tijd ging voort en de break, die ik naar Ferry had gezonden om de familie van Lize te halen, kon elk oogenblik aankomen. Om haar nieuwsgierigheid niet te lang op de proef te stellen, nam ik mijn verrekijker, dien wij gebruikten om de schepen, welke voorbijvoeren te zien, maar inplaats van hem naar de zee te richten, wendde ik hem naar den weg, vanwaar de break moest komen. — Zie eens door dien kijker, zei ik, en uw nieuwsgierigheid zal bevredigd zijn..

Zij keek, maar zag niets anders dan den witten weg, want er was nog geen rijtuig te zien. Toen bracht ik op mijn beurt mijn oog voor het glas.

— Hoe is 't, hebt gij niets door dien kijker gezien? vroeg ik op den toon van Vitalis, als hij zich tot het geëerde publiek wendde. Het is toch een wonaerkijker: ik zie er een aardig huisje door, te Sceaux, ik zie daar een man met grijze haren, die de hand drukt van twee vrouwen, welke naast hem zijn

'*&'#im' »Haast-je toch," zegt hij, „anders missen wij den trein en ik zal niet bijtijds in Ehgland zijn voor den doop van mijn kleinzoon. Katberina, haast u wat, als ik u verzoeken mag; sedert tien jaar, dat wij samen wonen, zijt gij altijd te laat geweest Wat is er? Wat wilt ge, Martha? Speelt ge weer voor gendarme? Wat ik aan Katherina zeg, is in vrede en vriendschap. Ik weet zeer gred, dat Katherina de beste zuster is, zooals gq, Martha, de beste dochter zijt. Waar vindt men een meisje zoo lief als gij, die niet trouwt alleen om haar ouden vader op te passen en die de taak van beschermengel blijft vervullen, gelijk zij die eenmaal vervulde voor haar broers en haar zusje? Nu geeft hij, vóór hij heengaat, nog eenige bevelen, vooral om te zorgen voo^zijn bloemen, zoolang hij afwezig is. Vergeet vooral niet, dat ik tuinman geweest ben — zegt hij tot zijn knecht — en dat ik verstand heb van dat werk.

Ik veranderde de richting van den kijker alsof ik naar een anderen kant wilde uitzien. — En nu zie ik een stoomboot, een groote stoomboot, die terugkeert van de Antilies en Havre nadert. Aan boord is een jongmensch, die een botanischen onderzoekingstocht heeft gedaan langs de oevers van den Amazone. Men zegt, dat hij planten en bloemen medebrengt, die in Europa nog onbekend zijn en/het eerste gedeelte van zijn reis, dat in de dagbladen werd opgenomen, is zeer belangwekkend: de naam van Benjamin Acquin is reeds beroemd; slechts één ding maakt hem bezorgd, dat hij niet tijdig genoeg te Havre zal komen om de boot te halen naar Southampton, die hem bij zijn familie op Milligan-Park zal brengen. Mijn kijker is zoo uitstekend, dat ik hem volgen kan, hij heeft de boot van Southampton gehaald; weldra zal hij hier zijn. Wederom richt ik mijn kijker naar een andere zijde, en ga voort:

— Niet alleen kan ik nu zien, maar zelfs hooren; twee mannen zitten in den trein, een oude en een jonge. „Wat zal dit een belangrijke reis voor ons zijn, zegt de oude. — Heel belangrijk, meester. — „Niet alleen beste Alexis, zult gij uw familie weerzien en kunt gij de hand drukken van uw vriend Rémi, die ons niet vergeten heeft, maar wij zullen ook een bezoek kunnen brengen aan de mijnen van Wales; daar zult gij merkwaardige dingen zien, en als gij teruggekeerd zijt, zult gij te Truyères verbeteringen kunnen invoeren, wat meer gezag zal bijzetten aan de betrekking, die gij door uw arbeid wist te verwerven. Ik voor mij zal eenige stukken steenkool vandaar kunnen meebrengen en die bij mijn verzameling voegen, die de stad Varses wel heeft willen aannemen. Hoe ongelukkig, dat je oom Gaspard niet mee kon gaan!" Ik wilde voortgaan, maar Lize was bij me gekomen; zij nam mijn hoofd tusschen haar beide handen en door deze liefkoozing belette zij me te spreken.

— O, wat een verrassing!" zei ze, met een stem die trilde van ontroering.

— Daar moet gij mij niet voor bedanken, maar mijn moeder, die allen om zich wilde vereenigen, welke goed geweest waren voor haar verlaten kind; als gij mij den mond niet gesloten hadt zoudt gij gehoord hebben, dat wij ook dien braven Bob hier wachten, die nu een der voornaamste ondernemers van publieke vermakelijkheden van gansch Engeland is geworden, alsmede zijn broer, die nog altijd het bevel voert over de E c 1 i p s e.

Op dat oogenblik drong het geratel van een rijtuig tot ons door, en bijna terstond daarop dat van een tweede. Wij snellen naar het venster en zien de break, waarin Lize haar vader herkent, met haar tante Katherina, haar zuster

Sluiten