Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwijgend op de bank, waarop zij een plaatsje hadden weten te bemachtigen, ten einde niets van het schouwspel te missen.

Toen de laatste gemobiliseerde uit het gezicht was, legde de jonge vrouw teeder haar arm om den hals van haar jongen, bijna net zoo groot als zij, en mompelde met vochtige oogen:

„Arme jongens ! Wie weet hoevelen van hen, die ons daar, zóó vroolijk, zóó gelukkig, zóó vol leven en geestdrift voorbijgetrokken zijn door de vijandelijke kogels zullen vallen ! Daarna voegde zij, met echt moederlijk egoïsme, er aan toe : !|Ppl

„Gelukkig, dat jij Jan, nog te jong bent om ook opgeroepen te kunnen worden".

Dit gezegde scheen het kind echter te prikkelen, want hij antwoordde, eenigszins toornig :

„Gelukkig ! Gelukkig ! Dat denkt u, moeder, maar zoo denk ik niet.... Als u eens wist, hoe verdrietig ik mij deze laatste veertien dagen gevoeld heb, omdat ik een paar jaar te jong ben en dus niet, zooals zij, naar Frankrijk kan gaan om mijn plicht te doen en mijn leven te wagen voor mijn land !"

„Zeker, hernam de moeder, wanneer jij eenige jaren ouder was, zou ik de eerste geweest zijn, om te zeggen: „Ga , maar de hemel zij geloofd, dat je nog te jong bent".

"Hij, dien wij hebben hooren aanspreken met „Jan" en wien wij dus in het vervolg zoo zullen blijven noemen, haalde de schouders op en antwoordde :

„Dus, omdat ik te jong ben, zullen wij zoolang de oorlog duurt hier moeten blijven ?"

De dame keek op en herrlam :

„Zijn wij er niet toe .gedwongen, mijn beste jongen ? Je kent onze omstandigheden, je weet dat ik ternauwernood kan leven van het kleine pensioen, dat ik van de maatschappij krijg, waar je arme vader in dienst is geweest. Ik ben zelfs genoodzaakt geweest jou, als leerjongen naar een electro-technische fabriek te zenden.... kunnen wij er in deze omstandigheden aan denken naar Frankrijk terug te gaan ?.... Om wat te doen ?"

Sluiten