Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Om in Frankrijk te zijn, moeder, hernam de jongen met , nadruk.... Het is niet goed ver var* zijn land te zijn als het misschien in nood is en al zijn menschen noodig heeft".

De moeder kon hier niets tegen in brengen. Ze trok het hoofd van haar kind naar zich toe en drukte een vluchtigen kus op zijn voorhoofd.

„Mijn dappere jongen !" zeide zij, trotsch op de vaderlandsliefde van haar zoon.

Maar hij scheen ongevoelig te zijn voor den lof van zijn moeder, want dritig riep hij uit:

„Maar is 't niet natuurlijk om zoo te denken, als men Franschman is en zelfs méér dan Franschman „Elzasser", verbeeldt u eens, moeder, hoe vreeselijk het zou zijn als wij vandaag of morgen het bericht ontvingen dat ons mooie Thann op dit oogenblik misschien reeds door die nare Duitschers bezet is".

„Oh! zeide de moeder aangedaan, laten we hopen dat het nooit zoo ver zal komen."

Alvorens het gesprek tusschen moeder en zoon verder te volgen, moeten wij eerst nader kennismaken met deze twee personen, waarvan de een, zooals men zeker reeds vermoedt, de held van dit boek zal zijn.

In 1912 was mevrouw Robin met haar zoon, toen een jongen van omstreeks twaalf jaar met een gewone landverhuizersboot naar Buenos-Aires gekomen. Zooals de jongen reeds zeide behoorde mevrouw Robin tot een familie die niet alleen sedert de opheffing van het Edict van Nantes in den Elzas gewoond had, maar daar ook zeer gezien was. v De grootvader van mevrouw Robin, de heer Walter, bezat in de omgeving van Thann belangrijke zijdenspinnerijen, doch de oorlog van 1870 had hem bijna geheel geruïneerd. Sedert dien had de familie Walter alles gedaan om haar positie te herstellen. Zij behoorden tot die ongelukkige Franschen die gehecht aan hun geboortegrond, Franschen hadden weten te blijven onder het Duitsch bestuur.

Niettegenstaande al hun pogingen en al hun opofferingen was het hun niet voor den wind gegaan.

Sluiten