Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe zullen wij onze reis bétalen ? Je weet, dat ik ternauwernood vijfhonderd gulden heb overgespaard".

„Dat is meer dan wij noodig hebben".

Mevrouw Robin haalde de schouders op.

„Maar", riep ze uit, „bij dit alles bedenk je in het geheel niet, dat je nog maar een kind bent, een kind van nauwelijks vijftien jaar. Men heeft werkelijk in den oorlog geen behoefte aan kinderen".

„Frankrijk heeft al zijn kinderen noodig !"

„Je durft toch zeker niet beweren, dat je zonder mijn toestemming zult gaan ?"

Bij deze^ laatste woorden begon Jan te lachen, want het was altijd zijn gewoonte om op deze manier een einde aan hun twistgesprekken te maken en hij zeide vroolijk :

.„Natuurlijk niet, moeder, ik ga alleen met uwe toestemming, maar wanneer ik uwe toestemming vraag, zult u mij die geven".

„Dat nooit!"

„Jawel, u zult uwe toestemming geven", hield de jongen aan, want u verlangt ook naar Frankrijk. Wanneer u er niet naar toegaat, doet u het alleen om mij, want u bent bang, dat ik daarginds misschien de een of andere dwaasheid zal doen. Maar ik maak mij heelemaal niet ongerust, want over eenige weken, ja misschien wel enkele dagen, zult u niet meer bij uw besluit blijven. Wanneer wij uit de telegrammen zullen zien, dat de Elzas weder Fransen is geworden, dat onze soldaten zegevierend ons oude Thann zijn binnengetrokken, zult u de eerste zijn om te zeggen :

„Pak de koffers, Jan,.... wij gaan".

Mevrouw Robin herademde, een weinig gerust gesteld door deze laatste woorden, daar zij aanvankelijk gevreesd had, dat hij het in zijn hoofd gehaald had nu al te gaan.

„Welnu, het zij zoo", zeide zij, als het zoover is, dan zullen wij wel verder zien".

„U belooft het dus ? Den dag, waarop Thann weer

Fransch zal zijn geworden, vertrekken wij ?"

„Dat is afgesproken".

Sluiten