Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat wilde de jongen eigenlijk ? Zou hij den gek aanspreken ? Feitelijk bleef hem niets anders over.

„Mijnheer ! Mijnheer \" riep hij van zijn hooge standplaats af Neemt u mij niet kwalijk, dat ik boven op

uw schutting geklommen ben, maar ik had u met uw hond Jim een briefje gezonden...( en ik zou graag willen weten, of u dat ontvangen heeft.... '■'•■?

Er heerschte een volmaakte stilte ; de geleerde gaf geen antwoord en toch had de jongen zoo hard geschreeuwd dat de eigenaar van het huis elk woord had moeten verstaan.

De jongen'wilde zijn toespraak verder vervolgen, maar zag plotsehng den gek zich even van het venster verwijderen en onmiddellijk weer te voorschijn te komen met een voorwerp in zijn hand, dat Jan niet goed kon onderscheidén. Voor zoover hij het echter zien kon, geleek het op een hamer. Hij had echter niet veel tijd om lang te kijken of ook maar iets te zeggen, i

Op hetzelfde oogenblik voelde hij zich met een onzichtbare, onweerstaanbare kracht gelijdelijk achteruit duwen. Zoo sterk was die kracht, dat het hem onmogelijk was langer op de schutting te blijven. Zonder eenig geluid te geven gleed Jan, als 't ware naar beneden en kwam aan de andere zijde van den tuin terecht.

Was hij gewond ?. Of misschien dood ? Had de gek een revolver op hem afgeschoten ? Maar dat kon niet, want er was geen schot gevallen. Bovendien voelde hij, dat hij geen letsel bekomen had, want nergens had hij pijn, alleen was hij tengevolge van den val verdoofd.

Er verhepen eenige oogenblikken, voordat Jan weer zijn volle bewustzijn terugkreeg. Toen stond hij op, betastte zich van alle kanten, en liep zoo vlug als zijn beenen hem dragen konden naar huis. Hij was geheel ontdaan en mompelde onophoudelijk tot zichzelf :

„Maar wat was er toch gebeurd ? Wat heeft hij met mij gedaan, wat heeft hij met mij gedaan ?"

Het is nu nog niet den tijd deze vraag te beantwoorden.

Sluiten