Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die oogen, ja zeker er was geen twijfel het waren

die van den gek den gek van Barracas.

In het eerst wilde Jan dat niet gelooven. * •

„Ik lijk wel gek", mompelde hij „sinds gisterenavond

zie ik dien kerel overal".

Maar ondanks dit kon hij zijn blik van die oogen achter de glazen deur niet afhouden. Deze bleven hem steeds maar strak aanzien. Een oogenbhk zelfs meende hij de haren van Tolbach te zien en moedig sprong hij naar de deur.

Op hezelfde oogenbhk echter vielen de zich achter de deur bevindende gordijnen neer en Jan bleef als vastge-

zonder eenig geluid te geven gleed Jan, naar beneden

nageld op dezelfde plaats staan. Bang was hij niet, maar hij trilde van machtelooze woede.

„Wat is dat toch eigenlijk !" riep hij, zich voor het

voorhoofd slaande. „Ben ik gek of was die man werkelijk daar ?"

Hij begon zich rekenschap te geven van wat hij gezien had.

„Wat zou de gek van Barracas nu in dit huis te maken

hebben. Hij, de kluizenaar, die bij niemand kwam ?

Neen het was dwaasheid ; maar de gordijnen konden toch

Sluiten