Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de werkkamer van den militairen attaché, die nu gewoon aan zijn tegenwoordigheid rustig aan zijn schrijftafel zat te werken zonder acht op den jongen te slaan.

Terwijl Jan bezig was met zorg de verschillende draden te plaatsen, richtte hij onwillekeurig zijn blik naar den 'spiegel, welke boven den schoorsteenmantel-hing. Plotseling verbleekte hij en zou bijna van de ladder gevallen zijn. In den spiegel zag hij alweer duidelijk den gek van Barracas.

Deze keer zag hij niet alleen zijn oogen, maar hij zag hem heelemaal. De man had zich blijkbaar niet in acht genomen voor den jongen, die bovenop de ladder stond met zijn rug naar hem toe. Hij had er niet aan gedacht, dat Jan hem in den spiegel zou kunnen zien. Ook had hij geen enkelen voorzorgsmaatregel genomen om zich voor den jongen te verbergen.

Het eenigste, waarop hij scheen te letten was, dat de kolonel hem niet zou zien.

Na bekomen te zijn van den eersten schrik, stond Jan op het punt te schreeuwen en den kolonel te roepen, hem den spion te wijzen, die hem in zijn eigen huis bespiedde, ja misschien bestal.

Wij weten echter, dat de jongen aan dergelijke opwellingen weerstand wist te bieden, Hij bezat de gave, zoo zelden voorkomende bij jongens van zijn leeftijd, om nooit ondoordacht te handelen. Nadenkende zeide hij bij zichzelf.

„Per slot van rekening is de man, bij wien ik werk, een Duitscher, een vijand van mijn land. Wie weet of hij op het oogenblik niet orders en rapporten schrijft, welke tegen Frankrijk gericht zijn. Al die kostbare installaties, waarvan ik niet weet, waarvoor zij moeten dienen, zijn zeer waarschijnlijk ook tegen mijn vaderland gericht. Is de Duitscher niet overal een gevaarlijke vijand voor alles wat niet Duitsch is? Was het dus zijn zaak om den kolonel te verdedigen. Integendeel: zijn plicht als Franschman was, iemand, die den kolonel kwaad wilde doen, te helpen."

Dit was de reden, waarom Jan dan ook geen gevolg gaf aan zijn eerste voornemen om zich op den geheimzinnigen

Sluiten