Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man te werpen en diens aanwezigheid aan den kolonel kenbaar te maken.

Dit besluit genomen hebbende, bleef de jongen kalm op de ladder staan met zijn rug naar Tolback gekeerd. Oogenschijnhjk scheen hij verdiept in zijn werk. In werkelijkheid echter waren zijn oogen geen oogenbhk van den spiegel af, waarin zich het; beeld van den geleerde duidelijk afteekende en geen enkele zijner bewegingen ontgingen hem.

Wat de gek van Barracas deed was zóó dwaas, dat Jan er niets yan begreep.

„Ja beslist, dacht hij, de man is eenvoudig een gek, die men wel gauw in het een of andere gekkenhuis zal moeten opsluiten".

Erkend moet worden, dat de houding van Tolback den jongen alle reden gaf dit te veronderstellen, want hetgeen de geleerde deed was zeker moeilijk te verklaren.

Geen oogenbhk gingen zijn oogen van den kolonel von Gloecken af en het scheen soms, alsof hij bezig was hem uit te teekenen op een stuk papier, dat hij uit zijn zak haalde. Op dit zelfde papiertje maakte hij bij elke beweging van den Duitscher aanteekeningen.

Hij trachtte, zooals een tooneelspeler doet, die een rol leert, al zijn bewegingen en eigenaardige aanwendsels na te bootsen. De bespottelijke houding van den gek gadeslaande, kwam het Jan voor, alsof hij bezig was den kolonel van buiten te leeren.

Dit alles hield zoowat een half uur aan, toen plotseling de kolonel er een einde aan maakte, door van zijn schrijftafel op te staan. Op deze beweging trok de gek zich dadelijk in een schuilhoek terug.

„Al elf uur !" riep de kolonel den jongen toe, die hij nu met groote welwillendheid behandelde, ik ben laat en heb net nog tijd om naar de lunch te gaan, waarvoor ik uitgenoodigd ben".

De jongen gaf geen antwoord hierop, want hoe beminnelijk de kolonel ook tegen hem was, Jan bleef altijd min of meer koel tegenover hem. Toen Herr von Gloecken bemerkte, dat de jongen niet op zijn gezegde inging, richtte hij zich meer direct tot hem :

Sluiten