Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Het laboratorium van den gek.

Het was omstreeks elf uur 's avonds. Een 'schaduw gleed buiten het kleine huis van Mevrouw Robin en ging in de richting van dat van Tolbach. Deze schaduw, onze lezers zullen het reeds begrepen hebben, was die van Jan. De onvoorzichtige jongen dacht aan geen gevaar.

De eigenaardige mededeeling door de telefoon, de dubbele aanslag op hem gepleegd, hadden hem niét afgeschikt, want weer ging hij naar den gevaarlijken man. Het was met hem als met een vlinder,, die steeds weer op het licht afkomt; hij deed het, omdat hij niet anders kon.

Alhoewel hij Tolback niet kende, had deze een bijna bovenmenschelijke macht over hem verkregen. Aan de telefoon had hij hem gezegd, dat hij bereid was hem vanavcfnd te ontvangen en niets ter wereld was instaat hem te beletten niet te gaan. Zijn nieuwsgierigheid was zóó hoog gespannen, dat hij kalm zijn leven in de waagschaal stelde om die te bevredigen.

Eindelijk zou hij er achter komen !.. .. eindelijk zou hij de oplossing hooren van de geheimzinnigheden, waarmede deze man zich omringde. Hij had het zelf aan de telefoon beloofd.

Ziedaar, waarom Jan dan ook zonder eenige aarzeling, maar vol verwachting op den laatsten slag van elf uur drie malen met lange tusschenpoozen op de deur van den geleerde klopte. *V"v!P.

Sluiten