Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedachten waren altijd bezig met mijn onderzoekingen, daarom hield men mij voor een onwillige, terwijl ik in werkelijkheid niets anders dan een verstrooide, een denker was.

„Ik werd beschimpt en gestraft, kortom ik heb al de verdrietelijkheden leeren kennen van een slecht soldaat.

„Ik ben erg trotsch, en mijn trots heeft onder dat leven meer geleden dan mijn lichaam. Ik vergat mijzelf zoover, dat ik -op een goeden dag de zwakheid had mijn regiment te verlaten.

„Ik nam passage op een boot naar Argentinië, om kort te gaan, ik deserteerde. Ziedaar de'reden, waarom ik hier ben, waarom ik mij met hart en ziel aan mijn werk gegeven heb en steeds elke. betrekking heb geweigerd. Gelukkig heb ik een klein fortuin, dat rnij in staat gesteld heeft tot nu toe onafhankelijk te leven".

Jan had niet eens naar het einde der bekentenis van Tolbach geluisterd. De woorden: „ik ben gedeserteerd", waren voldoende om het gevoel van vertrouwen en vriendschap, dat hij voor zijn landgenoot was gaan beginnen te voelen, plaats te doen maken voor dat van minachting en wantrouwen.

De geleerde echter had dadelijk deze verandering in den jongen bemerkt en zeide dan ook onmiddelijk :

„Ik weet wat je denkt, mijn jongen, jij denkt, dat een deserteur een lafaard, een afvallige is, en je hebt gelijk zoo iets van mij te denken. Daat mij echter eerst uitspreken en ik geloof dat wanneer je alles weet, je anders over mij zult denken''. %

„Ik zou niets liever willen", zeide Jan.

Hierop vervolgde de geleerde :

„Toen de oorlog verklaard werd, dacht ik aan niets anders dan naar Frankrijk terug te keeren. Hier was nu de gelegenheid, waarnaar ik zoolang had uitgekeken. Nu bestond er misschien kans mij weer in eere te kunnen herstellen.

„Ik zou mijn chefs gezegd hebben : „Mijne heeren, hier ben ik. Ik was niet in staat het kleinzielig gedoe en de onaangenaamheden van het militaire leven in vredestijd te verdragen, maar ik ben teruggekomen, om mijn plaats

Sluiten