Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de installatie, waar ik aan bezig ben. U zult dus ongemoeid binnen kunnen gaan".

„Prachtig", zeide Tolbach, „goedkeurend, alhoewel hij toch nog over iets anders scheen na de denken. Wat ik echter wil doen moet geschieden op een tijd, dat de kolonel er niet is".

„Oh !" zeide de jongen, „als dat alles is, dan behoeft U niet bang te zijn. Van den kolonel zult U geen last hebben, hij vertelde mij juist gisteren, dat hij voor drie dagen op reis ging. De geleerde kon een kreet van vreugde niet onderdrukken.

„Maar dat is schitterend.... beter konden wij het niet treffen".

„Maar wat zult U er eigenlijk uitvoeren ?" „Dat zal je later hooren". Jan drong niet verder aan.

Al de uitvoerige mededeelingen van Tolbach en de bewijzen, die hij gegeven had van zijn kennis en macht, hadden het wantrouwen, dat de jongen aanvankelijk tegenover dezen man voelde, geheel doen verdwijnen.

Zijn nachtehjk bezoek bij den gek in zijn laboratorium had hem doen inzien, dat deze geheimzinnige man in de eerste plaats Franschman, neen nog beter, Elzasser was, zooals hijzelf en dat in de tweede plaats deze Franschman zijn uitgebreide wetenschappelijke kennis in dienst van hun vaderland zou stellen.

Toen Jan dan ook den korten afstand naar huis had afgelegd en al het gebeurde van dien nacht nog eens overdacht, zeide hij tot zichzelf :

„De gek van Barracas is geen gek ; binnenkort zal hij misschien een held zijn"r

Toen hij daarna als een kat naar zijn kamer sloop, om zijn moeder niet wakker te maken, dacht hij erover,, hoe heerlijk het zou zijn als de geleerde hem zou willen toestaan met hem mede te werken om zijn grootsche plannen uit te voeren.

Sluiten