Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

Krankzinnig of Geniaal.

Jan had den nacht van zijn onderhoud met Tolbach niet veel geslapen. Het was bijna twee uur in den morgen, toen hij op zijn slaapkamertje kwam.

Hij was erg bang geweest, dat zijn moeder hem gehoord zou hebben. Want hij wist zeer goed, dat, wanneer zij wakker geworden was, zij hem natuurlijk tekst en uitleg van zijn nachtelijke omzwervingen zou hebben gevraagd. Dit wilde hij nu tot eiken prijs vermijden, daarom had hij alle mogelijke voorzorgsmaatregelen genomen en zich geheel gekleed te bed begeven.

Van slapen was echter geen sprake. Alles wat hij had gezien en gehoord, had hem zoo opgewonden, dat hij den slaap maar niet kon vatten.

De knaap had, zooals wij weten, een goed helder en logisch verstand en in de stilte van den nacht, alleen in zijn kamer, trachtte hij zich rekenschap te geven van al hetgeen hij met Tolbach bespróken had. ' Hij vroeg zich steeds weer af, of hij werkelijk goed deed met zoo op dezen eigenaardigen man te bouwen.

„Per slot van rekening, dacht de jongen, terwijl hij klaar wakker op zijn bed lag, is die man op het oogenblik eenvoudig niets anders dan een deserteur. Hij kan nu wel zeggen : „Ik wil geen soldaat worden; zöoals ieder goed Franschman, omdat ik veel grootere dingen wil doen ; maar ■ als alle dienstplichtigen zoo redeneerden zou ons arm land reeds lang door de Duitschers veroverd zijn.

Sluiten