Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoord, maakte een onaangenamen indruk op den jongen. De geleerde, die zeer goed de uitwerking hiervan bemerkt had, begon zijn gedachten verder uit te leggen.

„Is die Duitscher een vijand van ons of niet ? Zijn wij in oorlog met zijn land of niet ? Gaat erop het oogenbhk een dag, een minuut voorbij, waarin niet duizenden Franschen vermoord worden door duizenden Duitschers ?"

Jan sprong op en met een bewonderenswaardigen moed riep hij uit:

Oh ! maar Mijnheer Tolbach, dat is heelemaal niet hetzelfde! Wilt U den eerlijken open strijd op een slagveld

tusschen twee soldaten vergehjken met een laffen sluipmoord op een ongewapenden, weerloozen, niets vermoedenden vijand. Als U zoo te werkt gaan wilt, dan kan ik U niet meer van dienst" zijn. WËm

. „Ik zal alles vergeten, wat U mij heeft toevertrouwd, maar U zult van nu afaan niet meer op mijn medewerking kunnen rekenen".

Na deze woorden gezegd te hebben, maakte Jan aanstalte heen te gaan, hij had reeds eenige schreden in de richting van' de deur van het laboratorium gedaan, maar bleef plotsehng staan, toen de geleerde hem terugriep.

„Wacht even", zeide deze, „blijf en luister eerst naar wat ik je verder zal zeggen \"

Jan was geheel en al onder den invloed van dezen man, al trachtte hij zich van tijd tot tijd aan de macht, die de geleerde over hem had te onttrekken, één woord was echter voldoende hem terug te houden.

„Blijf \" herhaalde de geleerde, „want ik zal rekening houden met het bezwaar, dat jij zoo even geopperd hebt. Uit de mond der kinderen hoort men de waarheid, zegt het spreekwoord en spreekwoorden zijn bijna altijd waar".

Toen begon hij zonder acht te slaan op den jongen met groote passen in zijn laboratorium op en neer te loopen, onderwijl hardop in zichzelf sprekend, net alsof hij geheel alleen was : r

„Deze moeilijkheid mij van den kolonel te ontdoen, wordt door dit nieuw gezichtspunt, veel lastiger", zeide hij. „Ik

Sluiten