Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

De Telefoon in de Grot.

In een maand had Jan Robin niets van Tolbach gezien of gehoord. Tevergeefs had hij 's avonds aan zijn deur geklopt, deze was en bleef dicht. Bovendien scheen het huis geheel en al verlaten.

De vensters van het laboratorium waren met meer verlicht, zoodat in de buurt al gezegd werd, dat de gek vertrokken was en over het algemeen was men blij van hem at

tG Drongen wist niet wat hij van dit plotseling vertrek van Tolbach denken moest. Hij herinnerde zich hun laatste onderhoud dien avond, waarop de geleerde zoo prachtig de persoonlijkheid van den Duitscher had weer gegeven.

Hij vroeg zich af of zijn'openhartige woorden van dien avond misschien aanleiding waren geweest voor den geleerde om een einde te maken aan hun prettige verhouding.

„Natuurlijk!" dacht de jongen,. „hij Js mij gaan wantrouwen en nu zal hij alles alleen doen".

lederen morgen las hij nauwkeurig de couranten van het begin tot het einde door, steeds verwachtende een bericht te vinden over een aanslag gepleegd op den nuhtairen attaché, maar hij vond niets.,

Eén dag zelfs kon hij het met langer uithouden en ofschoon zijn werk bij den Duitscher a\ reeds lang af was en hrLdus niets te maken had in het paleis van den prins, begaf hij zich toch daarheen, in den hoop daar misschien een spoor van den geleerde te ontdekken..

Sluiten