Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• Als voorwendsel gaf hij op, dat hij kwam zien of het toestel goed werkte, doch juist, wat hij wilde vermijden, gebeurde. Hij liep den kolonel zelf tegen het lijf.

Deze was zeer beminlijk en toonde zich buitengewoon voldaan over het werk, ja, hij wilde zelfs Jan twintig piaster in de hand duwen, iets wat de jongen eenigszins uit de hoogte van de hand wees.

De kolonel was dus nog in het land der levenden. De jongen begreep er niets van.

Dangzamerhand begon zijn avontuur meer en meer op een dróóm te gelijken, dan op iets wat werkelijk gebeurd was en met den dag werd het vager en vager.

Somtijds echter kon hij niet nalaten tot zich zelf te zeggen:

„Het is ook geen wonder, dat er niets van gekomen is, het zou te mooi geweest zijn. Wat ben ik toch een domkop geweest ik heb mij het hoofd op hol laten maken door dien man en hem veel te hoog geschat. Wat stom dat ik al die dingen, die hij mij wijsgemaakt heeft, geloofd heb. p$

„Was ik maar niet zoo onvoorzichtig geweest om hem ook nog te helpen bij den kolonel in huis te komen en alles daar te onderzoeken ! Waarschijnlijk is hij niet anders dan een dief...."

Toch was hij eenigszins teleurgesteld.

„Het is toch wel jammer", zeide hij dan weer, „als die man werkelijk in staat was geweest al die dingen, die hij mij wijsgemaakt heeft te doen, zou ik misschien met hem naar Duitschland gegaan zijn.

„Ik .zou hem kalm gevraagd hebben mij mee te nemen .... Wat zou het heerlijk geweest zijn zelf ook iets

voor Frankrijk te kunnen doen maar dat zijn allemaal

luchtkasteelen, gekkewerk...'. het is uit, laat ik er maar niet meer aan denken !"

De jongen voelde echter, dat hij met deze overpeinzingen en avontuurlijke droomen niet verder kwam en daarom probeerde hij deze gedachten van zich af te zetten en zich met ernst toe te leggen op zijn werk, al was zijn leven dan nog zoo kalm en eentonig. ,

Zijn moeder was blij te zien, dat hij weer de oude Jan

Sluiten