Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geleerde had aandachtig naar deze nobele woorden van den jongen geluisterd en na een oogenbhk nagedacht te hebben, zeide hij :

„Duister eens Jan, ik zal je een voorstel doen. Als je werkelijk je zinnen erop gezet hebt met mij de zeer groote gevaren, waaraan ik mijzelf ga blootstellen, te deelen, wanneer je vaderlandsliefde zoo sterk is, zou ik je misschien mee kunnen nemen".

Op deze woorden bleef Jan staan, ten prooi aan de heftigste ontroering.

„Meent u dat, " vroeg hij met een bevende stem. „Wilt u zoo goed zijn.... wilt u mij meenemen naar Duitschland?"

„Ja", zeide Tolbach, „en ik wil graag nog meer doen. Ik heb je sedert onze kennismaking nauwlettend gadegeslagen, ik ken je hoedanigheden en ik geloof, dat je mij zelfs bij mijn onderneming van veel nut zal kunnen zijn. Als wij slagen heb ik èr niets op tegen mijn roem met jou te deelen...."

„En als wij niet slagen", ging Jan opgewekt voort, „welnu dan zullen wij het met ons leven moeten betalen". Te sterven voor zijn vaderland is in elk geval een schitterende daad".

De geleerde knikte goedkeurend met het hoofd.

„Dat is goed gesproken", zeide hij. „Dus je bent vast besloten. Denk er nog eens goed over na.:.. je hebt een moeder jongen, vergeet haar niet!"

Deze herinnering aan zijn moeder deed de jongen even wijfelen, maar zijn strijdlust, zijn vurige vaderlandsliefde waren sterker dan de genegenheid voor zijn moeder en hij antwoordde:

„Het zal voor mijn moeder niet prettig zijn, maar toch zal zij gelukkig en trotsch op mij zijn als wij slagen !"

„Ik wil je op geen enkele manier beïnvloeden ; je bent nog een kind, maar wij leven in een tijd, waarin kinderen evengoed kunnen redeneeren als groote menschen. Denk er goed over na en beshs voor jezelf. Morgen is er nog tijd genoeg, ik Wacht morgenavond je antwoord".

Maar de jongen was vast besloten en hernam dan ook dadelijk :

Sluiten