Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het is onnoodig te wachten, ik kan u nu dadelijk mijn antwoord geven, als ik niet met u meega, zal ik rust noch duur hebben. Ik voel, dat ik niet meer in staat ben, na zoo gehoopt te hebben op een dergelijke, schitterende roemrijke onderneming, mijn eentonig leven van gewoon slecht betaald werkman in een neutraal land verder te leven.

„Mijn land is in oorlog, alle Franschen, een paar jaar ouder dan ik , staan aan het front en wagen moedig hun leven. Welnu, ik wil ook het mijne geven, als het zoo uit komt. Ik ben weliswaar pas vijftien jaar, maar de omstandigheden, waarin ik ben opgegroeid hebben mij de kracht en de ervaring van een jongen van twintig, gegeven.

„Het zou mij ondraaglijk zijn langer hier in ballingschap te leven. -

„Ja, mijnheer Tolbach ik ben vast besloten ; neem mij mee !"

„Het zei zoo", zeide de geleerde, hem krachtig de hand drukkende, „ik moet je bekennen, dat ik het prettig vind, je dit besluit genomen hebt, want ik heb voor deze gewaagde onderneming hulp noodig.

„Ik zou geen beteren en aangenamer steun kunnen vinden. Zelfs je jeugdigen leeftijd is een voordeel, want dit zal een verblijf in Duitschland gemakkelijker maken. Elzasser zijnde, ken je de taal onzer vijanden evengoed als ik. Ik weet dus niemand, die mij met mijn reusachtige plannen beter zou kunnen helpen".

„Dus", besloot de jongen, „dat is afgesproken ; ik ga met U mee.... mag ik het mijn moeder vertehen, ik heb toch geld voor den overtocht noodig ?"

„Wees voorzichtig", zeide de geleerde, „niemand, hoorje mij, niemand zelfs je moeder, mag iets van ons geheim weten".

„Als het moet", zeide Jan, „zal ik u mijn woord geven, dat ik aan geen levend wezen een woord daarvan zal vertellen".

, Tolbach knikte voldaan met zijn verbonden hoofd en hernam :

„Wat je reis betreft, daarmede zal ik mij belasten en ik

Sluiten