Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doe dit des te liever, daar ik gedaan zal zien te krijgen, dat de kapitein je als hulp-marconist in dienst neemt. In 'deze

betrekkingzaljemij onderwegvan zeergrootnutkunnenzijn".

„Prachtig", antwoordde Jan, „maar bent u er zeker van, dat de kapitein mij zal aannemen ï"

„Ja," hernam Tolbach, „de kapitein'der Frisia, de heer van der Poot, is een goede vriend van mij. Hij heeft zeer veel verpHchtingen tegenover mij, omdat ik eens in de gelegenheid ben geweest hem een dienst te bewijzen.

„Ik zal je een briefje voor hem geven en ik twijfel er niet aan of hij zal je als hulp-marconist aannemen".

De jongen had wel willen dansen van pleizier, maar met een zelfbeheersching, welke men van een jongen van zijn leeftijd niet zou hebben verwacht, hield hij zich in en zeide :

„Oh ! geeft u mij, als het u bheft, dat briefje voor den kapitein, ik zal het direct morgen bij hem brengen ?"

De geleerde haalde zijn opschrijfboekje en potlood uit zijn zak en begon opgetogen den ge vraagden brief te schrijven.

„Weet je, dat de Frisia in den grond,geboord zal worden ? Ik moet je daarop nogmaals vóór je aanmonstering wijzen".

De jongen haalde de schouders op. Wm

„Ik weet dit immers al", zeide hij. „U heeft het mij reeds gezegd. De Frisia moet in den grond geboord worden, nadat een vuurpijl door von Gloecken is afgeschoten! Maar ik weet ook, dat door den militairen attaché te dooden, u hem beletten zult dit sein te geven".

De geleerde keek den jongen ernstig aan.

„Dat is mijn bedoeling, maar het kan mij niet gelukken".

„Bij U slaagt alles", riep de jongen uit met zulk een overtuiging, dat Tolbach er trotsch op was.

„Goed", zeide hij, „ik zal mijn best doen een dergelijk vertrouwen waardig te zijn. In elk geval kan je op mij tot in den dood rekenen".

„En u op mij ook", voegde Jan er aan toe.

„Dan zullen wij ook slagen, mijn jongen, hier is de brief voor van der Poot".

Dit zeggende overhandigde de geleerde Jan een enveloppe die hij in zijn zak stak, waarop hij vroolijk zeide :

Sluiten