Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De goede man was het voorbeeld van wat men zou kunnen noemen een kapitein-höteher. Ben type, dat de Duitschers in de mode gebracht hadden op hun reusachtige pakketbooten en dat de Hollanders, goede kooplui als zij 'zijn, zich gehaast hadden vna te bootsen.

Dank zij de voorkomende wijze, waarop de kapitein van de Frisia met zijn passagiers wist om te gaan, en zijn talrijke «relaties, gingen de zaken der maatschappij uitstekend.

Er was een ware toevloed van eerste klasse passagiers en van der Poot, stralend van vreugde over dezen voorspoed, deed zich in de twintig dagen van den overtocht te goed aan de uitgebreide maaltijden of hij onderhield zich op de brug opgewekt met de mooie vrouwelijke passagiers.

Helaas, de Europeesche oorlog was dit gelukkig bestaan wreed kómen verstoren. Voorbij waren de vroolijke en opgewekte dagen van vertrek, de veelvuldige en weelderige maaltijden waren afgeschaft en ook de schoone vrouwelijke passagiers, bevallig uitgestrekt in hun lange dekstoelen, waren verdwenen.

Sedert dien vervloekten oorlog was het varen voor den armen kapitein niet meer een genoegen, maar een zware verantwoordelijkheid. De zee, vroeger zoo rustig, waarop zijn schip zoo veihg was als een trein aan den wal, zooals hij placht te zeggen, was nu niet meer zoo veilig.

Sinds de Duitsche oorlogschepen, volgens de rapporten, alle schepen, die zij ontmoetten, zelfs de neutrale, m den grond boorden, verkeerde men voortdurend in angst voor het een of ander onheil.

De overtochten waren nu verre van aangenaam voor den armen van der Poot. De reizigers waren norsch, onrustig en weinig mededeelzaam. De meest hunner gingen met voor hun plezier mede, maar aanvaardden, slechts noode onder den drang van de een of andere gebiedende noodzakelijkheid, de reis.

Alle denkbare voorzorgsmaatregelen moesten m acnt genomen worden, terwijl des nachts met gedoofde lichten en halve kracht gevaren werd. De plicht van den kapitein eischte, dat hij de brug geen oogenblik verliet, waar hij steeds met zijn kijker de verraderlijke groote zee afzocht,

Sluiten