Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitkijkende naar een geheimzinnigen'periscoop of naar den ver verwijderden rook van een oorlogschip.

De arme kapitein werd mager van dit inspannend leven.

„Verbeeldt u eens", zeide hij aan iedereen, „ik heb zelfs geen tijd meer om rustig te eten ; ik kan nauwelijks vijf' onbeduidende maaltijden per dag gebruiken !"

Het was overigens de moeite waard te hooren, hoe den goede man den oorlog vervloekte.

„Is het niet schandelijk," bromde hij, „de wereld op die manier onderste boven te gooien,en zooveel brave menschen, waaronder zeker verscheidene vroegere of toekomstige passagiers der Frisia zullen zijn, te vermoorden !"

Deze morgen omstreeks elf uur liep van der Poot geheel ontmoedigd op het dek van zijn schip, gemeerd aan de kade van Darsena Norte. Men was bezig de lading in te nemen, ten einde binnen drie dagen het anker te kunnen hchten.

Terwijl hij toezicht hield op de tremmers, die het ruim vulden met groote hoeveelheden kolen, noodig voor de reusachtige machines, snoof de kapitein met welbehagen de heerlijke geuren op, welke uit de keukens kwamen.

Hij genoot van het vooruitzicht binnen een kwartier zich op zijn gemak te goed te kunnen doen aan een heerlijk uitgebreiden maaltijd. In de haven was er tenminste geen gevaar te vreezen en men kon, zoo niet even vroolijk als vroeger, dan toch op zijn gemak eten.

Hij had juist voor vandaag een zijner hevelingsgerechten besteld, een op Argentijnsche wijze klaargemaakte patnjzenschotel. Dit kostbaar gerecht zou tegehjk met een van zijn andere hevehngskostjes opgediend worden. Een pracht maaltijd dus.

Het is dan ook niet te verwonderen, dat de vraag, of hij de patrijzen vóór den anderen schotel zou gebruiken of andersom, den braven kapitein heel wat hoofdbrekens kostte.

Hij had nog geen oplossing hiervoor gevonden, toen, een matroos naar hem toekwam en hem mededeelde dat er iemand was om hem te spreken.

„Iemand ? Wat voor iemand ?" vroeg hij met zijn zware

Sluiten