Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stem Als het iemand voor zaken is, breng hem dan bij den éérsten officier, als het een bekende is, zeg hem dan, dat ik hem uitnoodig met mij aan tafel te gaan .

Kapitein', hernam de matroos, „het is een jongen, die mij' niet zijn naam genoemd heeft, maar die een brief van Miinheer Tolbach voor u heeft".

Van der Poot zwaaide met zijn kleine korte armpjes en

"^Komt dat jongmensen van Tolbach ? Breng hem dan onmiddellijk hier".

Daarna zeide hij tot zichzelf : m gr

„Ik mag dien man, die mij. zulk een grooten dienst bewezen heeft niets weigeren".

Vervolgens liep hij, zoo vlug zijn korte dikke beentjes hem dragen konden, zelf den persoon tegemoet, die zich uit naam van iemand, met wien hij blijkbaar zoo veel scheen op te hebben, aanmeldde.

Toen hij echter Jan zag, want hij was het, die het waagde op deze wijze den kapitein te storen juist op het oogenblik, dat deze op het punt stond te gaan genieten van zijn heerlijken maaltijd, was de kapitein eenigszins teleurgesteld een zoo onbeduidend persoon voor zich te zien. Toch stond hij hem vriendelijk te woord : , Kom jij" vroeg hij, „uit naam van den geleerde t "ja kapitein", antwoordde den jongen den zeeman te gehiker tijd den brief van zijn vriend overhandigende.

Deze nam het schrijven, zette een zwaar gouden lorgnet op zijn neus en begon te lezen. Daarna den jongen vriendelijk door zijn bril opnemende, vroeg hij hem :

Zoo mijn jongen, je wilt dus blijkbaar aan boord van de Frisia komen om zoodoende Frankrijk te bereiken ?

Ta kapitein, en indien, zooals Mijnheer Tolbach meende U mij op Uw schip zou kunnen gebruiken, zou ik dat heel prettig Vinden.... Ik zal mijn uiterste best doen om het werk dat u mij opdraagt, zoo goed mogelijk te verrichten

Van der Poot scheen na te denken, maar zich plotseling herinnerende, dat het bijna tijd was voor zijn maaltijd, nam

hij vlug een besluit: 'WSfc' » ia ui

„Ik zou Tolbach niets kunnen weigeren , zeide mj,

Sluiten