Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„hij heeft mij op een van zijn reizen het leven gered door mij te beletten den raad op te volgen van een dommen dokter aan boord, die bezig was mij te vermoorden.

„Hij schijnt een alwetend mensch te zijn. Hij is even goed op de hoogte van de geneeskunde, als van de scheepvaart en hij heeft mij zoo uitstekend behandeld, dat ik er weer geheel bovenop gekomen ben.

„Na verloop van acht dagen kon ik weer eten als voorheen, ja mijn jongen, geheel als vroeger en dat wil wat zeggen m aanmerking genomen, dat ik mijn eetlust geheel verloren had. Je begrijpt, dat men een dergelijken dienst niet hcht vergeet".

Het spreekt vanzelf, dat Jan het volkomen met den kapitein eens was. Na deze verklaring gegeven te hebben, blies de kapitein op een zilveren fluitje. Onmiddellijk verscheen een matroos.

„Vraag van Hamel bij mij te komen V' beval hij.

Eenige oogenbhkken later kwam deze zich melden.

„Van Hamel", zeide de kapitein, „heb je reeds een hulpmarconist gevonden ?"

„Nog niet", antwoordde de officier, „maar ik zal vandaag nog eens in de stad gaan kijken".

„Dat is niet meer noodig", hernam van der Poot, op Jan wijzende. „Daar is iemand, dien je waarschijnhjk zult kunnen gebruiken".

De officier nam den jongen op.

„Ben je op - de hoogte van draadlooze telegrafie i'ï vroeg hij Jan.

„Neen", antwoordde deze verlegen, vmaar ik ben werkzaam op een electro-technische fabriek en ik heb ook eenige installaties aangelegd".

De kapitein keek op zijn horloge.

„Dat is meer dan voldoende", zeide hij, „voor een hulptelegrafist, de marconist zelf zal hem wel op de hoogte brengen.... neem den jongen maar, van Hamel".

Daarna zich in de richting van de eetzaal verwijderende groette hij Jan met een vriendehjk handgebaar en riep hem toe :

„Mijn complimenten aan Tolbach en zeg hem, dat mijn

Sluiten