Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De jongen kon zijn ooren haast niet gelooven, toen hij bemerkte, dat hij zijn moeder zoo gemakkelijk had overgehaald. Haar omhelzende riep hij uit:

„Of ik tevreden ben, moeder, nu dat zou ik meeneh \"

Plotseling herinnerde hij zich het door Tolbach in de grot afgeluisterde telefoongesprek, waaraan hij aanvankelijk in zijn vreugd niet meer had gedacht.

De Frisia zou in den grond geboord worden. Had hij wel het recht zijn moeder aan een dergelijke gevaarlijke reis bloot te stellen ? Spoedig stelde hij zich zelf gerust.

„Ik ben er toch zelf ook bij", dacht hij, „en Tolbach heeft beloofd te zullen beletten het sein voor de beschieting te geven. Tolbach zal den waren kolonel worden en den geheelen toestand beheerschen".

Weder gerustgesteld door deze gedachte kon Jan zich geheel aan zijn vreugde overgeven. Eindelijk zouden zijn lang gekoesterde wenschen vervuld worden.

Eindehjk zouden zijn heerhjke droomen verwezenlijkt worden. Hij zou deel nemen aan het avontuurhjk leven, dat zich in Duitschland zou afspelen.

Sluiten