Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dienst zijn, wanneer wij den Duitschen kruiser ontmoeten". ?f>p-i „Wat moet ik er mee doen ?"

„Wanneer ik Mijnheer von Gloecken ben geworden, zal ik vragen naar mijn ordonnans Otto Becker".

„Oh ! nu begrijp ik het", zeide Jan „Maar vergeet

U niet, dat ik dien matroos niet zoo ken, als U Uwen von Gloecken Ik heb hem niet van buiten geleerd "

„Dat is ook niet noodig, het is voldoende voor je te weten dat je Duitscher bent en matroos was te Buenos-Aires aan boord van den torpedojager F. H. 39, afkomstig van Hamburg".

De jongen haalde zijn schouders op en scheen weinig waarde te hechten aan deze nieuwe gril van den geleerde.

„Afgesproken", zeide hij, het boekje in zijn zak stekende, terwijl hij .den identiteitsarmband om zijn pols bekeek, wanneer U von Gloecken bent, zal ik de matroos Otto Becker zijn".

Na dit gesprek keerde Jan naar zijn werk terug. Hij zette zich voor zijn toestel en maakte zich gereed alle teekens welke hem van over de zee zouden kunnen bereiken, nauwkeurig op te vangen.

Dit was in dezen oorlogstijd een buitengewoon interessant werk. In den'tijd, waarin ons verhaal speelt, waren de Duitschers nog niet begonnen met hun duikbootenoorlóg. Zij traden nog openlijk op.

Onder deze omstandigheden was de draadlooze telegrafie het eenige verdedigingsmiddel voor een schip, dat zich op den Oceaan bevond. Met behulp hiervan trachtte men berichten op te vangen, welke kruisers met andere schepen of met den wal wisselden.

Ieder schip bleef dus zooveel mogelijk in draadlooze verbindingen met de kusten, vanwaar het zijn instructies van de Engelsche Admirahteit ontving.

Engeland beheerschte nog altijd de zee. Zij beschermde met haar talrijke hchte strijdkrachten de schepen der Gealheerden, zoowel als die der neutralen. ■

Onze lezers zullen dus onmiddellijk begrijpen, hoe belangrijk de aan Jan opgedragen arbeid was. Zelf ook door-

Sluiten