Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schip gezet of men ontving mij er als heer en meester.

„Hoe zouden die menschen ook hebben kunnen twijfelen ?

„Mijn aanwezigheid aan boord der „Frisia" was hun door het gezantschap bericht. De vuurpijl was opgelaten en ik kwam als bemiddelaar aan boord om de voorwaarden te vernemen, waarop het schip, of hever gezegd de passagiers gered zouden kunnen worden.

„Die voorwaarden werden, zooals je wel begrijpen zult, zooveel mogelijk in hun voordeel gesteld. Maar om mijn optreden geheel natuurlijk te doen schijnen moest ik wel eischen, dat het goud en de katoen van de „Frisia" overgebracht zouden worden naar de „Kaiser Wilhelm".

„Daar tegenover stond, dat ik kon bedingen, dat de Duitsche sloepen zouden helpen bij het reddingswerk. Ik smaakte dan ook de voldoening bijna alle passagiers te redden. Degenen, die niet aan boord zijn, moeten erin geslaagd zijn de kusten van Brazilië te bereiken, in welke richting de eerste sloepen wegroeiden".

Deze woorden vervulden Jan met hoop en vreugde.

„Dus", vroeg hij aangedaan, „mijn moeder is misschien ook gered ?" Ipifi

De valsche von Gloecken antwoordde :

„Ik zou je niet graag met een ijdele hoop willen vleien, maar ik kan je verzekeren, dat er niet meer dan twaalf slachtoffers gevallen zijn, waaronder geen enkele vrouw is.

„Er bestaat dus groote kans, dat je moeder zich in een der sloepen bevindt, die naar Brazilië zijn teruggekeerd".

„Oh ! Mijnheer !" riep de jongen opgetogen uit, toen hij dit.hoorde, „zou het waar zijn, wat U daar zegt, zou mijn moeder werkelijk gered zijn ?"

„In elk geval heb ik alles voor haar gedaan wat ik kon", hernam de zoogenaamde prins.

„De sloepen van de „Kaiser Wilhelm" hebben verscheidene mijlen in den omtrek de zee afgezocht. Zoodoende zijn de slachtoffers, die ik zooeven noemde en waaronder jij zelf Ook was gevonden".

Gerustgesteld door deze onverwachte tijding luisterde Jan met nog meer aandacht naar Tolbach's verhaal, die voortging : |R$r; '

Sluiten