Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE GEDEELTE.

HOOFDSTUK I.

De valsche Von Gloecken.

In de eerste dagen van de maand November van het jaar 1914 was er nog eenig vertier in de haven van Hamburg.

Deze havenplaats, vóór den oorlog zoo vol bedrijvigheid, maakte nu een geheel anderen indruk. De talrijke dokken en de uitgestrekte kaden met hun druk verkeer, leverden vroeger een schitterend schouwspel op; thans waren zij bijna geheel uitgestorven. De blokkade der geallieerde mogendheden deed zich, alhoewel zij pas in werking was, reeds terdege gevoelen.

Reeds in de eerste maanden van den oorlog was het handelsverkeer in Hamburg sterk achteruit gegaan. Vroeger waren verscherpeningen tot een totaal bedrag van vier en twintig milhoen ton geen zeldzaamheden en was het verkeer van en naar deze haven zoo groot, dat' zij langzamerhand tot een der voornaamste havens van Europa was gaan behooren.

Van alle werelddeelen kwamen scheepsladingen binnen ; van Afrika, Marokko, Kameroen, de Devant, Indië en China, zoowel als van Australië. Op de kaden was het een laden en lossen zonder einde.

Nu echter waren de aanlegsteigers, die vroeger vol lagen met bergen Russisch of Roemeensch koren, vrijwel geheel verlaten ; ook de pakhuizen, waar de stapels hout, balen Indische rijst, Braziliaansche katoen en koffie opgehoopt werden, geheel uitgestorven.

Sluiten