Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ei- was nog wel eenig leven in de constructie-werkplaatsen en men kon hier en daar de groote rompen van op stapel hggende schepen zien. Daar werd gewerkt, doch aljeen voor den oorlog.

Daten wij eens even de kade, gereserveerd voor de machtige scheepvaartmaatschappij, de Hamburg—AmerikaDijn, nader beschouwen. Deze maatschappij, die met heel veel ophef zich onder de grootste instelhngen der geheele ' wereld rekende, mocht hier inderdaad aanspraak op maken.

Aan het einde van deze kade verheft zich het reusachtige gebouw van deze maatschappij. Boven den ingang daarvan bevindt zich het eerzuchtige devies: „Mijn arbeidsveld is de wereld".

Den ioen November 1914 scheen het alsof al het verkeer van de geheele haven zich naar de omgeving van dit gebouw had verplaatst. Men verwachtte een schip en te oordeelen naar de menigte officieren in uniform, heeren m zwarte jas en hoogenhoed, moest zich daarop waarschijnlijk een gewichtig persoon bevinden.

Aller oogen richtten zich naar den toren van het gebouw, waarop een seinmast was geplaatst. Eensklaps zag men aan den mast het bewuste sein, waaruit de verzamelde menigte kon opmaken, dat het verwachte schip de monding van de Elbe was binnengeloopen.

In gewone tijden werd een schip met de zwart-witte vlag in top op het oogenblik, dat het aan de kade meerde, met muziek verwelkomd. Deze luidruchtige fanfares, bij vertrek en aankomst der schepen, waren een van de bijzondere reclamemiddelen door de Duitsche maatschappij

gebruikt. •

Vandaag echter, waarschijnhjk met het oog op den oorlog, waren de muzikanten met andere werkzaamheden belast althans geen muziek weerklonk. In plaats daarvan hoorde men luidruchtige kreten als : „Hoch en Deutschland über alles".

Statig kwam de „Kaiser Wilhelm der Grosse" aanstoomen en met sierlijke wendingen meerde zij aan de kade vol menschen, die haar aankomst met ongeduld verbeidden. De heer Balhn, in hoogst eigen persoon, directeur der

Sluiten